Tuinplanten

Een tuin die werkt, begint bij de juiste plant op de juiste plek. Bij elke plant vind je standplaats, eindhoogte, plantkalender, een rekenhulp en de veelgemaakte fouten. Het assortiment komt rechtstreeks van kwekers en webwinkels en loopt van bodembedekkers van een paar euro tot meerstammige bomen en olijfbomen van ruim twee meter.

Nu in het plantseizoen

Deze planten kun je in oktober uitstekend planten.

Lees je tuin voordat je plant

Drie dingen bepalen wat er in jouw tuin wil groeien: zon, grond en water. Volg een dag lang waar de zon valt en hoe lang. Zes uur of meer is volle zon, drie à vier uur is halfschaduw, minder dan dat is schaduw. Een tuin op het noorden heeft vaak vlak bij het huis schaduw en achterin zon. Kijk daarnaast naar de grond: zand voelt korrelig en droogt snel uit, klei plakt en blijft lang nat, veen is donker en sponzig. De meeste tuinplanten doen het goed in humusrijke, losse grond, en die kun je maken door jaarlijks compost toe te voegen.

Het plantseizoen

Bomen, hagen en heesters plant je het liefst van oktober tot en met maart, wanneer ze in rust zijn en de grond vochtig is. Zo kunnen ze in alle rust wortelen voordat het groeiseizoen begint. Kluit- en wortelgoed is alleen in die periode verkrijgbaar en bovendien goedkoper dan planten in pot. Vaste planten en siergrassen plant je bij voorkeur in het voorjaar of de vroege herfst. Planten in pot kun je in principe het hele jaar planten, zolang de grond niet bevroren is en je ze in de zomer royaal water geeft.

Structuur, seizoenen en dieren

Een tuin die het hele jaar mooi is, heeft een ruggengraat van groenblijvende planten (haag, Ilex, Taxus, groenblijvende heesters), een middenlaag van struiken en een flinke laag vaste planten en grassen die per seizoen wisselen. Plan bloei van vroeg voorjaar tot late herfst en laat uitgebloeide stengels in de winter staan: ze geven structuur, rijp en een schuilplek voor insecten. Een tuin met veel verschillende inheemse planten trekt vanzelf vogels, bijen en vlinders aan.

Water geven na het planten

Het eerste jaar is beslissend. Een nieuwe plant heeft nog geen diep wortelstelsel en droogt in een droge lente of zomer snel uit. Geef liever één à twee keer per week een flinke hoeveelheid water (10 liter voor een struik, 20 tot 30 liter voor een boom) dan elke dag een beetje. Zo groeien de wortels de diepte in. Een laag mulch van houtsnippers of compost houdt de grond koel en vochtig.

Van tuinplan naar plantlijst

Een goede plantlijst bouw je van groot naar klein. Begin met de bomen, omdat die bepalen waar schaduw valt en hoeveel ruimte er overblijft. In een gewone stadstuin is één boom vaak genoeg; kijk bij bomen naar soorten met een bescheiden eindmaat. Daarna komen de grenzen: een haag of klimplanten langs de schutting. Een haag uit de haagplanten neemt meer grond in, terwijl klimplanten met een strook van dertig centimeter toe kunnen.

Vervolgens kies je de middenlaag van struiken en heesters en vul je de rest met vaste planten en siergrassen. Bollen gaan als laatste de grond in, tussen de vaste planten, waar ze in het voorjaar kleur geven voordat de border opkomt. Hoe je een border opbouwt in hoogtes en groepen, lees je in border aanleggen.

Reken bij elke laag met de eindmaat en niet met de maat bij aankoop. Een struikje van veertig centimeter kan na vijf jaar twee meter breed zijn, en een kleine boom werpt binnen tien jaar schaduw over de halve tuin. Teken je tuin op schaal op ruitjespapier en zet elke plant er met zijn uiteindelijke doorsnee in. Zo zie je meteen waar het te vol wordt, en waar je de eerste jaren tijdelijk kunt opvullen met eenjarigen of snelle vaste planten.

Tuinplanten voor lastige plekken

Bijna elke tuin heeft een plek waar niets lijkt te willen groeien. Meestal ligt het niet aan de plek, maar aan de plantkeuze. Een strook onder bomen of aan de noordkant van het huis vraagt om soorten die het met weinig licht doen, zoals hosta, kerstroos en varens. Ideeën vind je in planten voor de schaduw in de tuin.

Het omgekeerde geval, een hete zuidgevel met schrale grond, is perfect voor mediterrane planten als lavendel en rozemarijn. Meer soorten staan in de gids planten voor zon en droogte. Op een balkon of dakterras komt daar wind bij, en staat alles in pot. Kies dan planten die ook in een bak de winter doorkomen, zie winterharde planten voor balkon en terras. En is de tuin vooral klein, dan tellen soorten die in meerdere seizoenen iets laten zien; daarover gaat planten voor een kleine tuin.

Onderhoud door het jaar

Wie de juiste plant op de juiste plek zet, heeft minder werk, maar helemaal zonder gaat het niet. In het vroege voorjaar knip je siergrassen en oude stengels terug en snoei je zomerbloeiende struiken; rozen snoeien hoort daar ook bij. In de zomer draait het om water geven bij droogte en uitgebloeide bloemen weghalen. De herfst is plantseizoen en het moment om de tuin rustig af te bouwen, zoals beschreven in tuin winterklaar maken. Wil je het onderhoud structureel beperken, lees dan onderhoudsvriendelijke tuin of kies uit onze onderhoudsvriendelijke tuinplanten.

Tuinplanten per situatie

Uitgebreide tuingidsen

Encyclopedie →

Longreads over de tuin

Alle tuinartikelen →

Veelgestelde vragen

Wat is het beste moment om tuinplanten te planten?
Voor bomen, hagen en struiken: oktober tot en met maart. Voor vaste planten: maart tot mei en september tot oktober. Planten in pot kun je het hele jaar planten, behalve bij vorst.
Hoeveel vaste planten heb ik nodig per m²?
Reken op 5 tot 9 planten per m², afhankelijk van de eindmaat. Lage bodembedekkers dichter, grote planten ruimer.

Alle tuinplanten in de encyclopedie

A–Z →

Alle artikelen over de tuin

Naar de categorie →