Tuinplanten · 11 min lezen ·
Een tuin vol bijen en vlinders: zo leg je hem aan
Maak je tuin aantrekkelijk voor bijen en vlinders met de juiste vaste planten, struiken en een slimme bloeikalender van februari tot oktober.
Foto: Fernando Losada Rodríguez · CC BY-SA 4.0 · via Wikimedia CommonsRuim de helft van de ruim 350 bijensoorten in Nederland staat op de Rode Lijst. Elke tuin, hoe klein ook, kan een tankstation worden. Het geheim zit niet in één wonderplant, maar in een bloeikalender die van vroeg voorjaar tot laat in de herfst doorloopt.
Waarom de bloeikalender alles is
Hommelkoninginnen komen al in februari uit hun winterslaap en hebben direct nectar nodig. In september en oktober vetten vlinders en hommels zich juist op voor de winter. Een tuin die alleen in juni uitbundig bloeit, is de rest van het jaar een woestijn. Plan daarom in drie golven.
Vroeg voorjaar (februari–april)
Krokussen, sneeuwklokjes, wilg, sleedoorn, longkruid, kerstroos en bloeiende fruitbomen. Klein, maar van levensbelang.
Zomer (mei–augustus)
Lavendel, kattenkruid, salie, ooievaarsbek, vingerhoedskruid, tijm, oregano, de vlinderstruik en wilde marjolein. Hier zit het grootste aanbod.
Nazomer en herfst (augustus–oktober)
Hemelsleutel (Sedum), zonnehoed, herfstaster, klimop (bloeit in oktober!), koninginnenkruid en verbena. Vaak vergeten, maar juist dan schaars.
Enkelbloemig wint van gevuld
Veel gekweekte rozen, pioenen en dahlia\'s hebben gevulde bloemen met talloze bloemblaadjes. Mooi, maar insecten kunnen niet bij de nectar en het stuifmeel. Kies enkelbloemige varianten waarbij je het hart van de bloem kunt zien.
Vlinders hebben ook waardplanten nodig
Nectar is voor volwassen vlinders. Hun rupsen eten van specifieke waardplanten: brandnetel voor de dagpauwoog en de atalanta, sporkehout voor de citroenvlinder, pinksterbloem en look-zonder-look voor het oranjetipje, grassen voor zandoogjes. Een wild hoekje achterin de tuin doet meer voor vlinders dan tien vlinderstruiken.
Water, nestplekken en rust
Een ondiepe schaal water met een paar stenen erin dient als drinkplaats. Solitaire bijen nestelen in holle stengels en kale, zandige grond: laat dus stengels in de winter staan en tegel niet alles dicht. Een insectenhotel helpt, mits het op de zon staat en de gaatjes glad zijn afgewerkt.
Geen gif
Bestrijdingsmiddelen tegen bladluis doden ook lieveheersbeestjes, zweefvliegen en bijen. Bladluis lost zich in een gezonde tuin binnen een paar weken vanzelf op, zodra de natuurlijke vijanden hun werk doen.
Kleine ruimte, groot effect
Op een balkon werken bakken met tijm, bieslook, lavendel, oregano en een kleine vlinderstruik verrassend goed. Op een bloeiend balkon op vier hoog tel je in juli makkelijk tien soorten bezoekers.
Bloemvorm bepaalt wie er komt eten
Niet elke bestuiver is hetzelfde gebouwd, en dat zie je terug in de bloemen die ze bezoeken. Wie een tuin voor bijen en vlinders aanlegt, doet er goed aan verschillende bloemvormen te combineren. Zo bedien je niet alleen de honingbij, maar ook hommels, solitaire bijen, zweefvliegen en vlinders.
- Lipbloemen zoals lavendel, salie, tijm en kattenkruid hebben nectar diep in een buisje. Hommels met hun lange tong zijn daar dol op.
- Schermbloemen zoals venkel, dille, peterselie in bloei en wilde peen hebben ondiepe, open bloempjes. Zweefvliegen en kleine solitaire bijen met korte tongen kunnen daar goed bij.
- Composieten zoals zonnehoed, aster en margriet zijn eigenlijk honderden bloempjes in één hoofdje. Een landingsplatform voor vlinders, die er rustig van bloempje naar bloempje kunnen lopen.
- Schotelvormige bloemen zoals ooievaarsbek en enkelbloemige rozen bieden stuifmeel dat voor iedereen bereikbaar is.
- Bolvormige bloemen zoals sierui en distels trekken in juni veel hommels en bijen.
Plant bij voorkeur in groepen van drie, vijf of meer van dezelfde soort. Een bij verzamelt het liefst zo lang mogelijk van één bloemsoort en vliegt een grote, opvallende pol eerder aan dan losse exemplaren verspreid door de border. Hoe je zo'n border opbouwt met hoogteverschillen en ritme, lees je in een border aanleggen met vaste planten.
Inheemse of uitheemse planten?
Je hoort vaak dat alleen inheemse planten goed zijn voor insecten. Dat is te kort door de bocht. Voor nectar en stuifmeel maken veel bijen en vlinders weinig onderscheid: ze bezoeken lavendel uit het Middellandse Zeegebied net zo graag als wilde marjolein. Het verschil zit vooral bij de specialisten. Sommige solitaire bijen verzamelen stuifmeel van slechts één plantenfamilie, en de meeste rupsen eten alleen van inheemse waardplanten. Een goede vuistregel is daarom een mengeling: een stevige basis van inheemse soorten, aangevuld met lang bloeiende tuinplanten die het seizoen oprekken. Zo combineer je een mooie tuin met zoveel mogelijk leven.
Bomen, struiken en hagen: het fundament van een bijentuin
Vaste planten krijgen vaak alle aandacht, maar een enkele bloeiende boom of struik levert in één week meer nectar en stuifmeel dan een hele border. Bovendien bieden houtige gewassen beschutting, nestplekken en overwinteringsruimte. Bij de struiken en heesters vind je volop keuze, en in onze gids planten voor bijen en vlinders staan ze op een rij.
- De krentenboom bloeit in april met witte trossen, geeft in juni bessen voor vogels en kleurt in de herfst prachtig. Een van de beste kleine bomen voor een stadstuin.
- Sneeuwbal in enkelbloemige vorm, zoals de Gelderse roos, is een trekpleister voor bijen en zweefvliegen; de besjes zijn voor vogels.
- Liguster die je niet te strak snoeit, bloeit in juni en juli met geurige pluimen die talloze insecten trekken.
- Klimop bloeit in het najaar en is dan een van de laatste grote nectarbronnen. Laat een oude, struikvormige klimop daarom gewoon bloeien.
- Fruitbomen zoals de appelboom bloeien in april en mei. Bestuivers zorgen er op hun beurt voor dat je een goede oogst krijgt; meer daarover in fruitbomen in een kleine tuin.
Kies voor een erfscheiding liever een gemengde haag dan een schutting. Een haag van inheemse soorten zoals meidoorn, sleedoorn, hazelaar, Gelderse roos en veldesdoorn levert bloesem, bessen én schuilplekken. Plantgoed daarvoor is als goedkoop bosplantsoen verkrijgbaar. Twijfel je tussen soorten, lees dan eerst welke haag kiezen.
Klimplanten: bloei op elke vierkante meter muur
In een kleine tuin is de verticale ruimte vaak groter dan de grond. Een kale schutting of muur kun je omtoveren tot een bloeiende wand. Kamperfoelie geurt vooral 's avonds en trekt nachtvlinders zoals pijlstaarten. Blauwe regen wordt in mei bezocht door hommels en grote solitaire bijen. Enkelbloemige clematis en klimrozen met open bloemen bieden stuifmeel. Meer soorten en tips voor bevestiging vind je in onze gids klimplanten voor de schutting en bij de klimplanten.
Van gazon naar bloemrijk grasland
Een strak gemaaid gazon is voor insecten nagenoeg leeg. Je hoeft het niet meteen helemaal om te spitten om daar verandering in te brengen. Al met een paar kleine aanpassingen gaat er veel meer bloeien.
Minder vaak en gefaseerd maaien
Maai een deel van het gras minder vaak en zet de maaier hoger. Madeliefjes, kruipend zenegroen, witte klaver en paardenbloemen krijgen dan de kans om te bloeien. Maai niet alles tegelijk, maar laat steeds een strook of hoek staan. Zo is er altijd iets in bloei en hebben rupsen en sprinkhanen een plek om naartoe te vluchten.
Een echt bloemenweitje aanleggen
Wilde bloemen doen het het best op voedselarme grond. Op een vette, bemeste tuingrond winnen grassen het al snel. Verschraal daarom eerst: haal de bovenste laag weg of meng er zand door, bemest niet meer en voer het maaisel altijd af. Zaai in de herfst of het vroege voorjaar een mengsel van inheemse soorten. Maai een of twee keer per jaar, bijvoorbeeld in juni en september, en laat het maaisel een paar dagen liggen zodat zaden kunnen uitvallen. Reken erop dat een bloemenweide pas na twee tot drie jaar echt op gang komt.
Een maandkalender voor de bijentuin
De drie bloeigolven uit het begin van dit artikel kun je verder verfijnen. In onderstaande tabel zie je per periode een aantal planten die het goed doen in Nederlandse en Belgische tuinen, inclusief bollen, struiken en vaste planten.
| Periode | Bollen en vaste planten | Struiken, bomen en klimmers |
|---|---|---|
| Januari–februari | Sneeuwklokje, winterakoniet, kerstroos | Toverhazelaar, winterheide |
| Maart–april | Krokus, blauwe druifjes, longkruid | Wilg, sleedoorn, skimmia, krentenboom |
| Mei–juni | Sierui, ooievaarsbek, kattenkruid, akelei | Meidoorn, blauwe regen, fruitbomen, sneeuwbal |
| Juli–augustus | Lavendel, salie, tijm, kogeldistel, zonnehoed | Vlinderstruik, liguster, kamperfoelie |
| September–oktober | Hemelsleutel, herfstaster, koninginnenkruid | Klimop, struikheide |
Vroege bloeiers zijn het makkelijkst te vergeten, omdat je ze in de herfst als bol moet planten. Wie nu nog krokussen en blauwe druifjes in de grond stopt, helpt de eerste hommelkoninginnen volgend voorjaar op weg. Hoe en wanneer je dat doet, lees je in bloembollen planten en in de gids voorjaarsbloeiers en bloembollen.
Bijen en vlinders in de schaduw
Een tuin op het noorden betekent niet dat je insecten moet missen. Veel bosrandplanten bloeien vroeg in het jaar, voordat de bomen in blad komen, en worden juist dan druk bezocht. Denk aan longkruid, maarts viooltje, lievevrouwebedstro, salomonszegel en de kerstroos. In de zomer trekken de bloemtrossen van de hosta hommels aan, en vingerhoedskruid en akelei doen het prima in halfschaduw. Meer inspiratie vind je in een schaduwtuin inrichten en de gids planten voor de schaduw.
Vergeet de nachtvlinders niet
Er leven in Nederland veel meer soorten nachtvlinders dan dagvlinders, en ze zijn net zo belangrijk als bestuiver en als voedsel voor vleermuizen en vogels. Bleke, geurige bloemen die 's avonds open zijn, zoals kamperfoelie, teunisbloem, nachtviolier en zeepkruid, trekken ze aan. Het belangrijkste wat je voor nachtvlinders kunt doen, kost niets: laat de tuinverlichting 's nachts uit. Kunstlicht verstoort hun navigatie. Wil je toch licht, kies dan een lage lamp met warm licht, een bewegingsmelder en een armatuur dat naar beneden schijnt.
De vlinderstruik: wel of niet?
De vlinderstruik staat bekend als een vlindermagneet, en terecht: in augustus zitten er soms tientallen vlinders tegelijk op. Toch is het goed om te weten dat het een exoot is die alleen nectar levert. Geen enkele inheemse rups eet van het blad. Bovendien zaait de soort zich op sommige plekken uitbundig uit in de vrije natuur. Wil je er een, knip dan uitgebloeide pluimen weg voordat het zaad rijp is; dat verlengt ook de bloei. Kies eventueel een compacte cultivar en combineer hem met inheemse waardplanten, zodat je tuin de hele levenscyclus van vlinders ondersteunt.
Een insectenhotel dat echt werkt
Veel insectenhotels uit de winkel zien er vrolijk uit, maar worden nauwelijks bewoond. Dennenappels, stro en houtschijfjes met grove of gerafelde gaten trekken vooral oorwormen en spinnen aan. Een paar regels maken het verschil.
- Boor gaten in de zijkant van een blok hardhout, niet in de doorgezaagde kopse kant, want die scheurt. Gebruik diameters van 3 tot 9 millimeter en een diepte van ongeveer 8 tot 10 centimeter.
- Werk de gaten glad af. Rafelige randen beschadigen de vleugels van bijen.
- Gebruik holle stengels van riet of bamboe, aan de achterkant dicht, en zorg dat ze niet vochtig worden.
- Hang het hotel stevig en onbeweeglijk op, op ooghoogte, op het zuiden of zuidoosten, met een afdakje tegen regen.
- Vervang na een paar jaar de vullingen, om ophoping van parasieten en schimmels te voorkomen.
Onthoud dat een groot deel van de wilde bijen in de grond nestelt. Een zonnig plekje met kale, zandige grond of een open voeg tussen de tegels is voor hen minstens zo waardevol als een insectenhotel.
Siergrassen en uitgebloeide stengels: winterquartier
Siergrassen zoals struisriet, prachtriet en lampenpoetsersgras leveren zelf geen nectar, maar zijn in de winter onmisbaar. In de dichte pollen overwinteren lieveheersbeestjes, spinnen en larven, en de zaadpluimen voeden vogels. Knip grassen en vaste planten daarom pas in maart terug, niet in de herfst. Wil je weten welke soorten bij jouw tuin passen, kijk dan bij de siergrassen. Meer over een tuin die je in het najaar niet kaal hoeft te maken, lees je in de tuin winterklaar maken.
Moestuin en kruiden: dubbel voordeel
Een moestuin en een bijentuin gaan uitstekend samen. Courgette, pompoen, bonen, aardbeien en bessenstruiken hebben bestuivers nodig om vrucht te zetten. Laat daarnaast een paar kruiden doorbloeien: bloeiende bieslook, oregano, tijm, bernagie en goudsbloem zijn favoriet bij bijen en zweefvliegen. Zweefvliegen leggen hun eitjes vervolgens bij bladluizen, die door de larven worden opgegeten. Hoe je zo'n gemengde moestuin opzet, lees je in een moestuin beginnen. Ook rozemarijn is een vroege bloeier waar bijen in het voorjaar op afkomen.
Veelgestelde vragen
Welke planten trekken de meeste bijen aan?
Lipbloemen zoals lavendel, kattenkruid, salie en tijm scoren in de zomer heel hoog, net als hemelsleutel in de nazomer. In het voorjaar zijn wilg, krokus en fruitbloesem het belangrijkst. Met onze plantenkiezer filter je eenvoudig op planten die bij jouw tuin passen.
Wanneer plant je het best voor bijen en vlinders?
Vaste planten, struiken en bomen plant je het liefst in de herfst of het vroege voorjaar, wanneer de grond vochtig is. Voorjaarsbollen moeten in de herfst de grond in. Planten in pot kun je het hele jaar door planten, zolang het niet vriest en je in droge periodes water geeft.
Moet ik een bijenkast neerzetten om bijen te helpen?
Nee. De honingbij is een gehouden dier en wordt goed verzorgd door imkers. Wilde bijen hebben vooral behoefte aan bloemen, nestplekken en een gifvrije omgeving. Op plekken met veel bijenkasten kunnen honingbijen juist concurreren met wilde bijen om voedsel.
Kan ik ook op een klein balkon iets doen voor bijen?
Zeker. Een paar ruime bakken met kruiden, lavendel en hemelsleutel trekken verrassend veel bezoekers. Kies winterharde soorten, zodat je niet elk jaar opnieuw hoeft te beginnen. In de gids winterharde planten voor balkon en terras en in balkon en terras in pot vind je tips.
Hoeveel onderhoud vraagt een bijenvriendelijke tuin?
Vaak minder dan een strakke siertuin. Je maait minder, laat blad en stengels liggen en hoeft niet te spuiten. Combineer stevige vaste planten met een paar struiken en je hebt een tuin die zichzelf grotendeels redt. Meer ideeën vind je in een onderhoudsvriendelijke tuin en bij de vaste planten.
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto: 

Foto:
Foto:
Foto: