Je eerste plant kiezen: een eenvoudige keuzehulp
Makkelijke kamerplanten voor beginners zijn er in twee smaken: planten die bijna niets vragen en planten die duidelijk laten zien wat ze willen. De eerste groep is ideaal als je vaak weg bent. De Zamioculcas en de Sansevieria slaan water op en kunnen weken zonder. De tweede groep is ideaal om te leren: de lepelplant laat zijn blad hangen bij dorst en herstelt binnen een paar uur, en de Pothos wordt slap en dof als hij water wil.
Heb je een lichte vensterbank, dan zijn de Pilea en de graslelie leuke starters die snel groeien en makkelijk te vermeerderen zijn. Wil je meteen iets groters, kies dan de rubberplant: stevig blad, weinig kuren en goed bestand tegen een droge woonkamer.
Kies je eerste plant ook op je eigen ritme. Ben je iemand die graag elke dag iets met planten doet, neem dan juist geen Zamioculcas: die verdrinkt onder te veel aandacht. Een snelgroeiende Pothos of graslelie past beter bij dat enthousiasme. Ben je vaak weg of heb je een drukke baan, dan zijn de sterke soorten die droogte verdragen ideaal. Meer van zulke planten vind je in onze gids kamerplanten voor kantoor.
Waar let je op bij het kopen?
Een makkelijke plant wordt lastig als hij ziek de winkel uit komt. Kijk daarom even onder de bladeren en in de bladoksels: witte pluisjes, kleverige plekken of fijne webjes wijzen op ongedierte. Til de plant op; een kluit die wiebelt of zuur ruikt, is vaak te nat geweest. Stevig, glanzend blad en nieuwe scheuten in het hart zijn goede tekenen.
Laat een nieuwe plant de eerste weken in zijn kweekpot staan, zet hem in een sierpot en wacht met verpotten tot hij gewend is. Hoe en wanneer je later verpot, lees je in kamerplanten verpotten. Een overzicht van stevige soorten vind je bij onze sterke kamerplanten.
Koop bij voorkeur in het voorjaar of de zomer. Dan is er genoeg licht en groeit een plant snel in, waardoor je sneller resultaat ziet en een foutje minder zwaar weegt. Koop je in de winter, pak de plant dan goed in voor de reis naar huis: een paar minuten vorst kan al bladschade geven.
De drie fouten die bijna elke beginner maakt
Te veel water is fout nummer één. Beginners zijn bezorgd en geven daarom vaak, terwijl de meeste kamerplanten veel beter tegen een droge week kunnen dan tegen natte voeten. Voel met je vinger: is de bovenste paar centimeter droog, dan pas geef je water. Meer daarover lees je in kamerplanten water geven.
Fout twee is de verkeerde plek. Een plant op een donkere kast groeit niet, en een plant in de volle middagzon verbrandt. Lees op het label of in onze encyclopedie hoeveel licht een soort wil, en bekijk bij twijfel kamerplanten voor weinig licht. Fout drie is te snel ingrijpen: een geel blaadje na een verhuizing is normaal. Geef een plant twee à drie weken om te wennen voordat je iets verandert.
Van beginner naar plantenliefhebber
Gaat je eerste plant goed, dan is stekken de logische volgende stap. Een Pothos of graslelie maakt makkelijk nieuwe planten, die je weer kunt weggeven; lees hoe in kamerplanten stekken. Daarna kun je een plant proberen die iets meer aandacht vraagt, zoals een Calathea. Combineer het liefst planten met hetzelfde ritme op één plek, zodat je ze in één ronde water geeft. Zo leer je stap voor stap, zonder dat het een klus wordt.
Wil je weten welke planten bij jouw huis passen zonder alles zelf uit te zoeken, gebruik dan de plantenkiezer. Je geeft aan hoeveel licht en tijd je hebt, en je krijgt soorten die daarbij passen. Zo voorkom je dat je tweede plant een gok wordt.
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto: