Kamerplanten · 4 min lezen

Pilea

Pilea peperomioides · Pannenkoekplant

Ronde, schijfvormige bladeren aan lange steeltjes, alsof iemand een stapel groene muntjes heeft rechtgezet. De Pilea peperomioides is compact, groeit vlot en maakt aan de lopende band kindjes die je kunt weggeven. Bovendien is hij niet giftig voor katten en honden.

Pilea kopen

Bekijk bij bol

Affiliate-link

Licht●●○Licht, geen felle zon
Water●●○Gemiddeld
Moeilijkheid●○○Makkelijk
Temperatuur🌡15–25 °C
Huisdieren✔Niet giftig
Formaat↕Klein

Herkomst en uiterlijk

De Pilea komt uit de provincies Yunnan en Sichuan in het zuiden van China, waar hij in het wild op beschaduwde, vochtige rotsen aan de voet van de bergen groeit. Hij hoort bij de brandnetelfamilie (Urticaceae), al prikt hij gelukkig niet. Westerse botanici beschreven hem pas in 1912, en lang reisde hij vooral als stekje van hand tot hand: een Noorse zendeling nam hem in 1946 mee naar Scandinavië, waarna hij zich via vensterbanken over Europa verspreidde. Daarom heet hij ook wel 'missionarisplant' of 'vriendschapsplant'.

De plant vormt een rechtopstaand stammetje met spiraalsgewijs geplaatste, schildvormige bladeren van vijf tot tien centimeter doorsnee. De steel zit midden onder het blad vast, waardoor elk blad een klein bordje lijkt. Volgroeid wordt hij zelden hoger dan dertig centimeter.

Licht en standplaats

Geef de Pilea veel helder, indirect licht: een plek bij een raam op het oosten of westen, of iets van een zuidraam af. Een uurtje ochtendzon vindt hij prima, maar felle middagzon achter glas geeft bruine, verbrande vlekken. Op een donkere plek strekt het stammetje zich uit en worden de bladeren klein en bleek.

De bladeren draaien zich actief naar het licht toe. Draai de pot daarom elke week een kwartslag, anders groeit de plant scheef en krijg je een eenzijdige bol in plaats van een mooi rond plantje. Vermijd tocht en een plek pal boven de verwarming.

Water geven en luchtvochtigheid

Laat de bovenste twee à drie centimeter grond opdrogen voor je opnieuw water geeft. In de zomer komt dat neer op ongeveer eens per week, in de winter eens per twee weken. Hangende, slappe bladeren betekenen meestal dorst; na een flinke slok staan ze binnen een paar uur weer recht. Laat de pot nooit in een laagje water staan, want de dunne wortels rotten snel.

Normale kamerlucht is voor de Pilea prima. Extra sproeien is niet nodig. Meer over het juiste ritme lees je in onze blog over kamerplanten water geven.

Grond, pot en voeding

Gebruik goede kamerplantengrond met een hand perliet erdoor voor extra lucht. Een pot met afvoergat is een must; terracotta helpt om overtollig vocht kwijt te raken. Van maart tot september geef je eens per twee à drie weken een halve dosis kamerplantenvoeding. In de winter stop je met voeden. Te veel voeding geeft zoutaanslag op de grond en bruine bladranden.

Verpotten en stekken

Verpot in het voorjaar, eens per één à twee jaar, naar een pot die hooguit een paar centimeter breder is. De Pilea vermeerdert zich vanzelf: rond de moederplant verschijnen kleine scheuten uit de wortels. Zodra zo'n kindje vijf centimeter hoog is, steek je met een schoon mes een paar centimeter de grond in en snijd je het los, liefst met een stukje wortel. Pot het op in vochtige grond of zet het eerst een week of twee in een glaasje water tot er nieuwe worteltjes zijn.

Ook scheuten die uit de stam zelf komen kun je afsnijden en in water bewortelen. Zo heb je binnen een jaar een hele vensterbank vol om uit te delen.

Soorten en cultivars

Naast de gewone groene vorm zie je steeds vaker 'Mojito', met groen en lichtgroen gemarmerd blad, en 'White Splash' of 'Sugar', met fijne witte spikkeltjes. Bonte vormen groeien iets trager en willen wat meer licht. Verwar de Pilea peperomioides niet met andere Pilea-soorten zoals Pilea cadierei (aluminiumplant) of Pilea involucrata, die een heel ander, gekarteld blad hebben. De Nederlandse naam pannenkoekplant wordt ook voor deze soort gebruikt, en hij lijkt oppervlakkig op sommige Peperomia's, vandaar de Latijnse soortnaam.

Problemen herkennen

Bolle, gekrulde bladeren: te veel direct licht of juist te weinig; zoek een plek met helder, gefilterd licht. Bruine vlekken op het blad: zonnebrand of te veel water. Gele onderste bladeren: normaal als het er af en toe één is, bij meerdere tegelijk geef je te veel water. Lange kale stam: te weinig licht. Je kunt de top afsnijden en opnieuw bewortelen. Witte korstjes op het blad: kalkresten van hard leidingwater; gebruik regenwater of laat leidingwater een nacht staan. Kleine spinnetjes en fijne webjes: spint, vooral in droge winterlucht. Spoel de plant af onder de douche.

Combineren en stylen

Dankzij zijn grafische vorm staat de Pilea het mooist alleen, in een eenvoudige pot op een plankje of bijzettafel waar je de ronde bladeren goed ziet. Een grijze of terracotta pot laat het frisse groen goed uitkomen. Op een vensterbank combineer je hem met andere kleine, diervriendelijke planten zoals Maranta of een graslelie met een totaal andere bladvorm. Zet drie formaten bij elkaar, van stekje tot volwassen plant, voor een speels groepje.

Pilea door het jaar

Winter

Minder licht betekent minder groei en dus minder water. Geef Pilea pas water als de grond duidelijk droger is dan in de zomer, geen voeding, en zet de plant iets dichter bij het raam, uit de buurt van de radiator.

Voorjaar

Vanaf maart komt Pilea weer in de groei. Het beste moment om te verpotten als de wortels de pot vullen, om bruine of kale delen weg te knippen en om weer te beginnen met voeding in een halve dosis.

Zomer

Groeiseizoen: controleer de grond wekelijks en geef water als de bovenlaag droog is en geef om de twee à vier weken voeding. Bescherm het blad tegen felle middagzon achter glas.

Herfst

Bouw water en voeding geleidelijk af. Controleer Pilea op ongedierte zoals spint en wolluis voordat de verwarming aangaat, en neem de bladeren af zodat ze zoveel mogelijk licht vangen.

Veelgemaakte fouten

  • Water geven op schema. Niet de kalender, maar de grond bepaalt wanneer je giet. Voel met je vinger: is de bovenlaag droog, dan is het tijd. In de winter is dat veel minder vaak dan in de zomer.
  • Felle middagzon. Directe middagzon (zeker achter glas) geeft bruine, verbrande vlekken op het blad. Ochtend- of avondzon is meestal geen probleem.
  • Een te grote pot. Een veel te grote pot houdt lang water vast. Verpot hooguit één maat groter (2 tot 5 cm breder) en altijd in een pot met afvoergat of een binnenpot.

Kopen: waar let je op?

Kies bij het kopen van een pilea een plant met stevig, gaaf blad, zonder bruine vlekken of plakkerige plekken, en kijk onder de bladeren en in de bladoksels of er geen ongedierte zit. Een grote plant geeft direct effect, maar een kleinere plant went sneller aan jouw huis en groeit vaak verrassend snel door. Bestel je online, pak de plant direct uit, geef een lichte plek zonder felle zon en verpot pas na twee tot vier weken. In de categorie mini-kamerplanten vind je het actuele aanbod in verschillende maten.

Veelgestelde vragen

Is de Pilea giftig voor katten?
Nee. De Pilea peperomioides staat bekend als niet giftig voor katten en honden. Knabbelen is niet goed voor de plant, maar levert geen vergiftiging op.
Waarom hangen de bladeren van mijn Pilea?
Meestal dorst. Voel aan de grond: is die droog, geef dan flink water. Is de grond nat en hangen de bladeren toch, dan is er kans op wortelrot door te veel water.
Hoe kom ik aan een volle Pilea?
Laat de kindjes in de pot staan in plaats van ze los te halen. Na een seizoen heb je een volle, ronde pot met meerdere stammetjes.
Kan de Pilea in de zomer naar buiten?
Ja, op een beschutte plek in de halfschaduw, zodra het 's nachts boven de 12 °C blijft. Haal hem in september weer binnen.

Longreads over pilea

Vergelijkbare planten

Alle kamerplanten →

Planten met een vergelijkbare behoefte aan licht en water als pilea.

Pilea staat in deze gidsen

Alle gidsen →

Bekijk het assortiment

Meer kamerplanten A–Z

Encyclopedie →