Kamerplanten · 4 min lezen
Olifantspoot
Beaucarnea recurvata · Beaucarnea
Een dikke, bolle stamvoet met daarbovenop een fontein van lange, smalle bladeren: de olifantspoot heeft een onmiskenbaar silhouet. In die verdikte stam slaat hij water op, waardoor hij weken zonder gieter kan. Hij wil vooral zon en rust, en is niet giftig voor huisdieren.
Foto: Tangopaso · Public domain · via Wikimedia CommonsHerkomst en uiterlijk
Beaucarnea recurvata komt uit het oosten van Mexico, uit de droge, halfopen bossen en hellingen van onder meer Veracruz, Tamaulipas en San Luis Potosí. Daar wordt hij een boom van vijf tot acht meter, met een stamvoet die tot meters breed kan uitgroeien. Ondanks zijn Engelse naam ponytail palm is het geen palm: hij hoort bij de aspergefamilie (Asparagaceae), net als de Yucca en de Dracaena. Hij wordt ook weleens als Nolina recurvata verkocht.
De verdikte stamvoet, de caudex, is een waterreservoir dat de plant door lange droge periodes helpt. Bovenop groeien een of meerdere rozetten met lintvormige, overhangende bladeren van wel een meter lang. Binnen groeit de olifantspoot langzaam en wordt hij in tien tot twintig jaar zelden hoger dan anderhalve meter. Sommige exemplaren worden tientallen jaren oud.
Licht en standplaats
De olifantspoot is een zonaanbidder. Zet hem op de lichtste plek die je hebt, bij voorkeur vlak voor een raam op het zuiden of westen. Directe zon is geen probleem, mits hij er geleidelijk aan went. Na een periode op een donkere plek kan de plotselinge felle zon het blad verbranden. Op een te donkere plek strekt hij zich, wordt het blad slap en lichter, en wordt hij gevoeliger voor overwatering.
In de zomer mag hij naar buiten op een zonnig balkon of terras, zodra het 's nachts boven de 10 °C blijft. In de winter geniet hij van een koelere rustperiode rond de 10 à 15 °C, bijvoorbeeld in een lichte, onverwarmde slaapkamer. Bekijk ook onze gids kamerplanten voor een zonnige vensterbank.
Water geven en luchtvochtigheid
Behandel hem als een vetplant. Geef pas water als de grond volledig droog is, en giet dan flink tot het water onderuit loopt. In de zomer is dat ongeveer eens per twee à drie weken, in de winter soms maar eens per maand of nog minder, zeker op een koele plek. Twijfel je, wacht dan nog een week. Een harde, stevige stamvoet betekent dat de plant genoeg reserve heeft; een gerimpelde, zachte voet kan op dorst wijzen, maar ook op rot.
De luchtvochtigheid maakt weinig uit. Droge kamerlucht in de winter is geen probleem, en sproeien is overbodig.
Grond, pot en voeding
Gebruik cactus- en vetplantengrond, eventueel met extra grof zand of perliet. Een brede, ondiepe pot van terracotta of beton is ideaal: de wortels groeien vooral in de breedte, en een zware pot voorkomt dat de plant omvalt. Een afvoergat is onmisbaar. Voed van april tot september eens per maand met cactusvoeding of kamerplantenvoeding op halve sterkte. In de winter niet voeden.
Verpotten en stekken
De olifantspoot staat graag krap en groeit langzaam, dus verpotten is maar eens per drie à vier jaar nodig, in het voorjaar. Zet de caudex nooit dieper dan hij stond: de bol hoort boven de grond. Geef na het verpotten een week geen water, zodat eventuele beschadigde wortels kunnen indrogen.
Stekken is lastig. Soms vormt een volwassen plant zijscheuten aan de voet van de stam; die kun je in het voorjaar met een scherp mes losmaken, een paar dagen laten drogen en in vochtig zandig substraat zetten. Beworteling duurt weken tot maanden. Wil je een plant met meerdere kroontjes? Snijd de top van een jonge stam eraf; daar lopen dan meerdere nieuwe rozetten uit. Zaaien kan ook, en geeft binnen een jaar al een kleine, bolle voet.
Soorten en cultivars
Bijna alle planten in de handel zijn de gewone Beaucarnea recurvata. Je vindt ze als klein potplantje met één stam, als groot exemplaar met een flinke bol, en als zogeheten 'multistam' met meerdere kroontjes op één voet. Verwante soorten zoals Beaucarnea stricta, met stijver, blauwgroen blad, en Beaucarnea guatemalensis zijn zeldzamer verkrijgbaar en vragen dezelfde verzorging.
Problemen herkennen
Zachte, natte stamvoet: stamrot door te veel water, het grootste gevaar. Haal de plant uit de pot, verwijder rot en laat hem in droge grond herstellen. Bruine, droge bladpunten: normaal bij oudere bladeren; bij veel bruine punten kan de lucht te warm en droog zijn of is er te veel voeding gegeven. Knip ze bij met een schaar. Gele, slappe bladeren: te veel water of te weinig licht. Bleek, lang uitgegroeid blad: te donker. Witte pluisjes of bruine bultjes: wolluis of schildluis.
Combineren en stylen
Met zijn sculpturale vorm is de olifantspoot een levend kunstwerk. Zet hem in een strakke betonnen of terracotta schaal, zodat de bolle voet goed zichtbaar is. Hij past perfect in een droog, zonnig groepje met andere vetplanten zoals Aloe vera en jadeplant. Op een vensterbank met grind of kiezels als afdeklaag krijg je een mooi woestijnbeeld.
Olifantspoot door het jaar
Minder licht betekent minder groei en dus minder water. Geef Olifantspoot nauwelijks water, eens per drie à vier weken is vaak genoeg, geen voeding, en zet de plant zo dicht mogelijk bij het raam, uit de buurt van de radiator.
Vanaf maart komt Olifantspoot weer in de groei. Het beste moment om te verpotten als de wortels de pot vullen, om bruine of kale delen weg te knippen en om weer te beginnen met voeding in een halve dosis.
Groeiseizoen: geef water zodra de grond helemaal droog is en geef om de twee à vier weken voeding. Zon is geen probleem, maar laat de plant na een donkere periode langzaam wennen.
Bouw water en voeding geleidelijk af. Controleer Olifantspoot op ongedierte zoals spint en wolluis voordat de verwarming aangaat, en neem de bladeren af zodat ze zoveel mogelijk licht vangen.
Veelgemaakte fouten
- Te vaak water geven. De meest voorkomende doodsoorzaak. Olifantspoot slaat vocht op en wortels gaan rotten in natte grond. Giet pas als de grond echt droog is en laat nooit water in de schotel staan.
- Een te donkere plek. Te weinig licht geeft lange, slappe groei en weinig bloei of kleur. Kies de zonnigste plek die je hebt.
- Een te grote pot. Een veel te grote pot houdt lang water vast. Verpot hooguit één maat groter (2 tot 5 cm breder) en altijd in een pot met afvoergat of een binnenpot.
Kopen: waar let je op?
Kies bij het kopen van een olifantspoot een plant met stevig, gaaf blad, zonder bruine vlekken of plakkerige plekken, en kijk onder de bladeren en in de bladoksels of er geen ongedierte zit. Een grote plant geeft direct effect, maar een kleinere plant went sneller aan jouw huis en groeit vaak verrassend snel door. Bestel je online, pak de plant direct uit, geef een lichte plek zonder felle zon en verpot pas na twee tot vier weken. In de categorie vetplanten & cactussen vind je het actuele aanbod in verschillende maten.



Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto: