Hoe donker is jouw plek echt?
Weinig licht is een rekbaar begrip. Een plek vlak bij een raam op het noorden krijgt nog altijd meer licht dan een hoek drie meter verderop naast een raam op het zuiden. Lichtsterkte neemt snel af met de afstand tot het glas: op twee meter van het raam is er vaak nog maar een fractie over van wat er op de vensterbank valt. Hoe je dat zonder meter inschat, lees je in licht voor kamerplanten.
Deel je plekken daarom grofweg in drie zones in. Op een noordvensterbank of een meter van een oost- of westraam groeien de meeste sterke bladplanten prima, ook een Calathea of een Philodendron. Twee tot drie meter van het raam blijven de echte schaduwkampioenen over: de Zamioculcas, de Sansevieria en de Aglaonema. Verder weg, in een gang of op een overloop zonder raam, groeit zonder lamp eigenlijk niets meer.
Let ook op wat er buiten het raam staat. Een boom, een overstek of een flat aan de overkant kan een raam op het zuiden donkerder maken dan een vrij uitzicht op het noorden. En de seizoenen tellen mee: in december valt er binnen soms maar een kwart van het licht van juni. Een plant die in de zomer prima op twee meter van het raam stond, kan in de winter beter een stukje dichterbij. Zet hem in maart gewoon weer terug.
De beste combinaties voor een donkere kamer
Planten voor weinig licht groeien langzaam, dus een hoek vult zich niet vanzelf. Werk daarom met hoogte. Zet een Kentia palm of een Dracaena op de vloer als hoogste laag, een Zamioculcas op een krukje ernaast en laat een Pothos vanaf een kast naar beneden hangen. Zo maak je met drie planten een volle groep die toch weinig vraagt.
Kies bij voorkeur groen blad. Bonte en roze varianten hebben minder bladgroen en dus meer licht nodig; in een donkere hoek vergroenen ze of vallen ze terug. Een lepelplant brengt met zijn witte schutbladen toch wat licht in de groep, al bloeit hij op een donkere plek minder uitbundig. Meer sterke soorten vind je bij onze sterke kamerplanten.
Een groeilamp maakt meer combinaties mogelijk dan je denkt. Een eenvoudige ledlamp boven een kast of in een staande lamp, op een timer van tien tot twaalf uur per dag, geeft een donkere hoek genoeg licht voor een Pothos of een Philodendron. Hang de lamp op dertig tot zestig centimeter boven het blad; verder weg verliest hij snel aan kracht. Kies een lamp met warm wit licht, dan voelt het in huis gewoon als sfeerverlichting.
Verzorging: minder is meer
Een plant in weinig licht gebruikt weinig water en weinig voeding. Wie op een vast schema water geeft, verdrinkt hem langzaam: de grond blijft nat, de wortels krijgen geen lucht en gaan rotten. Geef pas water als de bovenste paar centimeter grond droog aanvoelt, en bij een Zamioculcas of Sansevieria pas als de hele kluit droog is. Hoe je dat ritme vindt, staat in kamerplanten water geven.
Voeding geef je alleen in het groeiseizoen en dan in een halve dosis. Verpotten hoeft zelden: een plant die nauwelijks groeit, heeft geen grotere pot nodig. Zie je toch gele onderste bladeren, dan is dat bij deze planten meestal te veel water en niet te weinig licht; de mogelijke oorzaken lees je in gele bladeren: oorzaken.
Veelgemaakte fouten in een donkere hoek
De eerste fout is een te grote pot. Veel grond om een kleine kluit blijft wekenlang vochtig, en dat is precies wat je op een donkere plek wilt vermijden. Kies een pot die hooguit een paar centimeter ruimer is dan de kluit en altijd een afvoergat heeft; passende modellen vind je bij onze bloempotten.
De tweede fout is denken dat een plant zich wel aanpast. Lange, slappe stengels met grote tussenruimtes betekenen dat hij naar licht zoekt. Zet zo'n plant een paar weken dichter bij het raam of help hem met een groeilamp. Lukt het echt niet, kies dan voor een plant uit de kunstplanten en bewaar de echte planten voor betere plekken. Zoek je soorten die ook een vergeten gietbeurt aankunnen, bekijk dan makkelijke kamerplanten voor beginners.
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto: