Tuinplanten · 12 min lezen ·

Bloembollen planten in de herfst: zo krijg je in het voorjaar een zee van kleur

Wanneer en hoe diep plant je tulpen, narcissen en krokussen? Alles over bloembollen planten in de tuin en in pot, lasagna-planten, verwilderen en bollen voor bijen.

Er is geen goedkopere en makkelijkere manier om je tuin in het voorjaar te laten stralen dan bloembollen. Je stopt ze in de herfst in de grond, vergeet ze een winter lang, en wordt van februari tot mei beloond met krokussen, narcissen, tulpen en allium. Nederland is niet voor niets het land van de bloembollen. Toch gaat er bij het planten nog veel mis. Met deze gids voorkom je de klassieke fouten.

Waarom bollen in de herfst de grond in moeten

Voorjaarsbloeiende bollen hebben een koude periode nodig om te kunnen bloeien. In de winter maken ze wortels en zetten ze hun bloemknop klaar; de kou geeft het signaal dat het daarna lente wordt. Plant je ze pas in het voorjaar, dan missen ze die koude periode en bloeien ze slecht of niet. Daarom plant je ze van eind september tot de eerste vorst. Zolang de grond niet bevroren is, kun je zelfs in december nog planten.

Voor tulpen geldt een uitzondering: plant ze liever niet te vroeg. Wacht tot eind oktober of november, als de grond is afgekoeld. Dat verkleint de kans op tulpenvuur, een schimmelziekte die bij warme, vochtige grond toeslaat.

Hoe diep?

De vuistregel is eenvoudig: plant een bol op twee à drie keer zijn eigen hoogte diep. Een tulp of narcis van vijf centimeter hoog komt dus op ongeveer twaalf tot vijftien centimeter diepte, gemeten tot de onderkant van de bol. Kleine bolletjes als krokus, blauw druifje en sneeuwroem plant je op acht tot tien centimeter. Grote allium mogen zelfs twintig centimeter diep.

Te ondiep planten is de meest gemaakte fout. Ondiepe bollen bevriezen sneller, worden opgegraven door eekhoorns en vogels, en de bloemen vallen in het voorjaar om. Op lichte zandgrond mag je iets dieper planten, op zware klei iets ondieper.

Punt omhoog (meestal)

Bijna alle bollen plant je met de punt omhoog en de platte kant, waar de wortels uitkomen, naar beneden. Bij sommige bollen en knollen, zoals anemonen en ranonkels, is dat lastig te zien. Leg ze dan op hun kant: de scheut vindt zelf de weg naar boven. Ranonkels zet je met de 'klauwtjes' naar beneden.

De grond

Bollen hebben één grote vijand: natte voeten in de winter. In grond waar water blijft staan, rotten ze weg. Op zware klei meng je daarom scherp zand of fijn grind door de plantlaag, of plant je op een iets verhoogd bed. Zandgrond is voor bollen ideaal; niet voor niets liggen de bollenvelden in de duinstreek. Een handje bloembollenmest of goed verteerde compost in het plantgat geeft een extra goede start, maar is niet noodzakelijk.

Groepen in plaats van rijtjes

Een rij van tien tulpen langs het pad ziet er al snel wat verloren uit. Bollen staan het mooist in groepen: minstens zeven tot tien van één soort bij elkaar, en bij kleine bolletjes gerust vijftig of honderd. Wil je een natuurlijk effect, neem dan een handvol bollen en gooi ze voorzichtig over het gras of de border. Plant ze precies waar ze vallen. Zo krijg je de speelse verdeling die je in de natuur ziet.

Ook bijzonder mooi: bollen tussen vaste planten en siergrassen. In het voorjaar, als de vaste planten nog klein zijn, bloeien de bollen. Daarna groeien de vaste planten eroverheen en verbergen ze het afstervende bollenblad.

Lasagna-planten in pot

In een pot kun je meerdere soorten bollen in lagen planten, zodat de pot wekenlang bloeit. Leg onderin een laag potscherven of kleikorrels voor de afwatering. Daarop komt een laag potgrond en de grootste, laatst bloeiende bollen, zoals tulpen of allium. Dek af met grond en leg daarop een laag middelgrote bollen, zoals narcissen of hyacinten. Bovenin komen de kleine vroegbloeiers: krokussen, blauwe druifjes of sneeuwroem. Elke laag groeit langs de bollen erboven omhoog.

Zet de pot in de winter op een koude, beschutte plek buiten, tegen een muur of in een schuurtje met licht. Houd de grond licht vochtig, maar niet nat. Bij strenge vorst pak je de pot in met jute of noppenfolie.

Na de bloei: laat het blad staan

Hier gaat het bij veel mensen mis. Na de bloei ziet het blad er rommelig uit en de verleiding is groot om het weg te knippen. Doe dat niet. In de weken na de bloei laadt de bol zich op voor volgend jaar: het blad maakt suikers die in de bol worden opgeslagen. Laat het minstens zes weken staan, of tot het vanzelf geel wordt. Knip wel de uitgebloeide bloem eraf, zodat de bol geen energie in zaad steekt.

Verwilderen: elk jaar meer

Sommige bollen komen niet alleen elk jaar terug, maar vermeerderen zich ook: ze verwilderen. Krokussen, sneeuwklokjes, narcissen, blauwe druifjes, sneeuwroem, wilde hyacint en botanische tulpen zijn daar sterk in. Plant ze in het gazon, onder struiken of in een hoek van de tuin waar je ze met rust laat, en na een paar jaar heb je een tapijt.

Grote, gekweekte tulpen zijn daar minder goed in. Ze bloeien het eerste jaar uitbundig, het tweede jaar vaak minder. Je kunt ze na het afsterven van het blad opgraven, droog en luchtig bewaren en in de herfst opnieuw planten, of je behandelt ze als seizoensplant en koopt elk jaar nieuwe.

Bollen voor bijen en hommels

In februari en maart is er in veel tuinen nog weinig te halen voor insecten. Hommelkoninginnen die uit hun winterslaap komen, hebben dan dringend nectar en stuifmeel nodig. Vroegbloeiende bollen zijn voor hen van levensbelang. Krokus, winterakoniet, sneeuwroem, blauw druifje en later allium zijn bijzonder waardevol. Een paar honderd krokussen in het gras kosten weinig en maken voor de natuur in je straat een groot verschil.

Plant deze herfst dus gerust een paar bollen meer dan je denkt nodig te hebben. In april zul je jezelf dankbaar zijn.

Bloeikalender: welke bloembollen bloeien wanneer?

Wie bloembollen plant met een plan, heeft van eind januari tot in juni steeds iets in bloei. De truc is om vroege, middenvroege en late soorten te combineren. De tabel hieronder geeft een globale bloeiperiode in een gemiddeld Nederlands voorjaar. Na een zachte winter bloeit alles een paar weken eerder, na een koud voorjaar later.

BolBloeiperiodePlantdiepteVerwildert?
SneeuwklokjeJanuari tot maartOngeveer 8 cmJa
WinterakonietFebruari tot maartOngeveer 5 cmJa, in humusrijke grond
KrokusFebruari tot aprilOngeveer 8 cmJa
SneeuwroemMaart tot aprilOngeveer 8 cmJa
NarcisMaart tot mei, afhankelijk van de soort12 tot 15 cmJa
HyacintAprilOngeveer 12 cmMatig
Blauw druifjeApril tot meiOngeveer 8 cmJa, soms uitbundig
TulpEind maart tot half mei12 tot 15 cmAlleen botanische soorten
KievitsbloemApril tot meiOngeveer 10 cmJa, in vochtige grond
SieruiMei tot juni15 tot 20 cmMatig

Combineer je die bollen met vroegbloeiende vaste planten en struiken, zoals de kerstroos en de toverhazelaar, dan heb je zelfs midden in de winter al kleur. In de gids voorjaarsbloeiers en bloembollen kopen vind je een uitgebreide keuze per bloeimoment.

Bloembollen kopen: zo herken je goede kwaliteit

Een bol bevat al de bloem van volgend voorjaar. Wat je koopt, bepaalt dus voor een groot deel wat je krijgt. Let bij het kopen op deze punten:

  • Stevig en zwaar: een goede bol voelt hard aan, als een uitje uit de koelkast. Zachte, lichte of verschrompelde bollen laat je liggen.
  • Geen schimmel of rotte plekken: een beetje blauwgroene waas op de huid is meestal onschuldig, maar zachte, bruine plekken niet.
  • Maat: bollen worden verkocht op omtrek in centimeters. Grotere bollen geven grotere en meer bloemen. Voor tulpen is een maat van 11 of 12 centimeter of meer een goede keuze; kleine bolletjes zoals krokus en blauw druifje zijn van nature veel kleiner.
  • De huid mag los zitten: een gescheurde of loszittende buitenste rok is geen probleem, zolang de bol zelf gaaf is.

Koop je bollen in september maar plant je ze pas in november, bewaar ze dan koel, droog en luchtig, bijvoorbeeld in een papieren zak of open krat in de schuur of garage. Plastic zakken zijn uit den boze: daarin gaan bollen zweten en schimmelen. Een ruime keuze vind je in de categorie bloembollen.

Bloembollen in het gazon

Krokussen en sneeuwklokjes in het gras zijn een van de mooiste voorjaarsbeelden die er zijn. Het planten gaat het makkelijkst met een bollenplanter, een buisvormige schep die een prop graszode met grond uit de grond steekt. Zet de bol in het gat, en duw de prop terug. Voor grotere hoeveelheden kleine bolletjes kun je ook de graszode met een spade inkepen, half openklappen, de bolletjes eronder leggen en de zode weer dichtdrukken.

Het belangrijkste werk komt daarna: maai het stuk gazon met bollen pas als het bollenblad geel is geworden, meestal zo'n zes weken na de bloei. Wie eerder maait, verzwakt de bollen en ziet ze na een paar jaar verdwijnen. Een strook gazon dat wat langer mag blijven staan, is bovendien goed voor insecten, zoals je leest in het artikel over een tuin voor bijen en vlinders.

Bollen combineren met vaste planten en struiken

Bollen zijn op hun mooist als ze deel uitmaken van een beplanting die de rest van het jaar het werk overneemt. Een paar combinaties die goed werken:

  • Tulpen tussen pioenrozen en ooievaarsbek: de vaste planten lopen uit als de tulpen uitbloeien en bedekken daarna het afstervende blad.
  • Allium boven salvia en hemelsleutel: de bolvormige bloemen zweven als ballonnen boven de border en trekken bijen aan.
  • Narcissen en sneeuwroem onder struiken: onder een krentenboom of tussen Skimmia bloeien ze voordat de struiken in blad komen.
  • Bollen tussen siergrassen: wanneer je prachtriet of lampenpoetsersgras in maart terugknipt, vullen bollen de lege ruimte tot het gras weer opkomt.
  • Bollen in de schaduwtuin: sneeuwklokjes, winterakoniet en wilde hyacint staan graag onder bladverliezende bomen, naast hosta's die pas later uitlopen.

Hoe je zo'n border als geheel opzet, lees je in het artikel border aanleggen met vaste planten. Voor een schaduwrijke tuin is de gids planten voor de schaduw in de tuin een goed vertrekpunt.

Muizen, eekhoorns en andere bollen-eters

Tulpen- en krokusbollen zijn een lekkernij voor woelmuizen, eekhoorns en soms vogels. Narcissen daarentegen worden met rust gelaten: alle delen zijn giftig en dieren weten dat. Ook allium en kievitsbloem worden meestal gemeden. Heb je veel last van vraat, plant dan meer narcissen en sierui, en minder tulpen.

Wil je toch tulpen of krokussen, gebruik dan een plantmandje van gaas, of leg een stuk fijnmazig gaas over het plantgat voordat je de grond aanvult. De scheuten groeien door de mazen heen, de muizen komen er niet bij. Strooi geen beendermeel in het plantgat als je last hebt van honden of vossen: de geur lokt ze juist aan om te graven.

Let op met huisdieren

Tulpen-, narcis- en hyacintbollen zijn giftig voor katten en honden. Een hond die bollen uitgraaft en eraan knaagt, kan er flink ziek van worden. Bewaar bollen dus buiten bereik en kies bij een graaflustige hond plekken die niet toegankelijk zijn. Ook binnen geldt dit voor bollen op glas en in potten; in de gids niet giftige kamerplanten voor katten en honden lees je welke planten wel veilig zijn.

Bollen binnen laten bloeien

Ook binnen kun je in de winter van bollen genieten. Drie klassiekers:

  • Hyacint op glas: gebruik een speciaal geprepareerde hyacint, die al een koudebehandeling heeft gehad. Zet de bol op een hyacintenglas met het water net onder de bol, nooit ertegen, en zet het geheel koel en donker tot de wortels de bodem raken en de knop een paar centimeter uitsteekt. Daarna mag hij naar een lichte, niet te warme plek.
  • Amaryllis: plant de grote bol in een pot die nauwelijks groter is dan de bol, met het bovenste derde deel boven de grond. Warm zetten en matig water geven; na zes tot acht weken bloeit hij.
  • Papierwitte narcis: deze geurige narcis heeft geen koude periode nodig en bloeit binnen een paar weken in een schaal met grind en water.

Een pot met bloeiende bollen is ook een mooi cadeau in de donkere maanden; kijk voor ideeën bij plantcadeaus en bloeiende kamerplanten.

Waarom bollen niet bloeien

Komt er alleen blad op, of helemaal niets? Er zijn een paar bekende oorzaken.

Alleen blad, geen bloem

Dit heet "blind" en heeft meestal te maken met energie. De bol was te klein, het blad is vorig jaar te vroeg weggeknipt, de plek is te schaduwrijk geworden doordat struiken zijn gegroeid, of een oude groep staat zo dicht dat de bollen elkaar verdringen. Graaf zo'n groep na het afsterven van het blad op, verdeel hem en plant de grootste bollen opnieuw.

Helemaal niets

Dan zijn de bollen meestal weggerot in natte grond of opgegeten. Graaf op de plek eens voorzichtig: lege gaten en knaagsporen wijzen op muizen, zachte bruine resten op rot.

Misvormde tulpen met vlekken

Verdraaide, gevlekte bladeren en grijze schimmel wijzen op tulpenvuur. Verwijder aangetaste planten met bol en al, gooi ze bij het restafval en plant de komende jaren op die plek geen tulpen.

Zomerbloeiers: bollen en knollen voor het voorjaar

Naast de herfstplanters zijn er bollen en knollen die je in het voorjaar plant en die in de zomer bloeien. Dahlia's zet je na half mei in de grond, als de kans op nachtvorst voorbij is. Ze zijn niet winterhard: na de eerste nachtvorst in de herfst graaf je de knollen op en bewaar je ze vorstvrij. Gladiolen plant je van april tot juni, lelies kunnen in het voorjaar of de herfst. Zo loopt het bollenseizoen door tot in september.

Zomerbloeiers doen het ook goed in grote potten; zie het artikel over balkon en terras in pot en de categorie bloempotten.

Veelgestelde vragen

Wanneer plant je bloembollen?

Voorjaarsbloeiers van eind september tot de grond bevriest, tulpen bij voorkeur vanaf eind oktober. Zomerbloeiers zoals dahlia's plant je in het voorjaar, na de laatste nachtvorst.

Kun je bloembollen in januari nog planten?

Ja, zolang de grond niet bevroren is en de bollen nog stevig zijn. Ze bloeien dan wat later en soms iets minder uitbundig, maar dat is beter dan ze laten verdrogen in de schuur.

Moet je bloembollen water geven na het planten?

In een droge herfst helpt één flinke gietbeurt om de wortelgroei op gang te brengen. Daarna zorgt de Nederlandse winter meestal voor genoeg vocht. Bollen in potten houd je licht vochtig.

Hoeveel bloembollen heb je nodig per vierkante meter?

Als richtlijn: ongeveer 50 tot 100 kleine bolletjes zoals krokus, 25 tot 50 tulpen of narcissen, en 5 tot 10 grote allium per vierkante meter. Voor een natuurlijk effect mag het gerust ruimer.

Welke bloembollen zijn het beste voor bijen?

Krokus, sneeuwroem, blauw druifje, winterakoniet en allium. Meer soorten die insecten helpen, vind je in de gids planten voor bijen en vlinders.

Plantgidsen bij dit artikel

Bekijk het assortiment

Uit het assortiment

Gidsen bij dit onderwerp

Alle gidsen →