Tuinplanten · 4 min lezen
Narcis
Narcissus · Paasbloem
Narcissen zijn de betrouwbaarste voorjaarsbloeiers die er zijn. Eén keer planten, en ze komen jaar na jaar terug, vaak met meer bloemen dan het jaar ervoor. Muizen en woelratten laten ze links liggen, en ze verwilderen moeiteloos in gras en onder bomen.
Foto: Laitche · CC BY-SA 4.0 · via Wikimedia CommonsHerkomst en uiterlijk
Het geslacht Narcissus komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa en Noord-Afrika, met de meeste wilde soorten op het Iberisch Schiereiland. In Nederland en België groeit de wilde narcis (Narcissus pseudonarcissus) nog op enkele plekken, bijvoorbeeld in de Belgische Ardennen en de Eifel. De bollenteelt in de Bollenstreek heeft van de narcis een wereldwijde exportklassieker gemaakt.
Een narcis heeft smal, bandvormig blad en een bloem die bestaat uit een krans van zes bloemdekbladeren met in het midden een trompet of kroon. De kleuren lopen van wit en crème via geel naar oranje en zachtroze, en de hoogte varieert van 10 centimeter bij botanische soorten tot 50 centimeter bij grote trompetnarcissen. De bloeitijd ligt tussen februari en mei, afhankelijk van de soort.
Standplaats en grond
Narcissen bloeien het rijkst in de zon of lichte halfschaduw. Onder bladverliezende bomen staan ze prima, omdat ze al bloeien voordat de bomen in blad komen. Een plek die in maart en april minstens een halve dag zon krijgt, is genoeg.
De grond moet goed doorlatend zijn. Bollen die in de winter in natte grond liggen, gaan rotten. Klei, leem en zand zijn allemaal geschikt, zolang er geen water blijft staan. Op zware klei leg je een laagje grof zand onder in het plantgat. Narcissen houden van grond die in het voorjaar vochtig is en in de zomer mag opdrogen, precies zoals de gemiddelde Nederlandse tuin.
Planten (wanneer, hoe, plantafstand)
Plant de bollen van half september tot eind november, het liefst vroeg, zodat ze voor de winter nog wortels maken. Plant op een diepte van twee à drie keer de hoogte van de bol, dus voor een grote narcis zo'n 15 centimeter diep, met de punt naar boven. Te ondiep geplante bollen splitsen snel in kleine bolletjes die niet bloeien.
Plantafstand: grote bollen 10 tot 15 centimeter uit elkaar, ongeveer 25 tot 50 per vierkante meter. Kleine soorten zoals 'Tête-à-Tête' plant je dichter, tot 75 per vierkante meter. Wil je een natuurlijk effect in het gras, gooi dan een handvol bollen in het rond en plant ze waar ze neerkomen. Een bollenplanter met dieptemaat maakt het werk een stuk lichter als je honderden bollen plant.
Water en bemesting
Na het planten in de herfst hoef je meestal geen water te geven; de herfstregen doet het werk. Alleen bij een uitzonderlijk droog voorjaar kan een gieter tijdens de groei de bloei verbeteren. Bollen in potten houd je licht vochtig en zet je in natte winters onder een afdakje.
Bemesten is niet nodig in een gewone tuin. Wie de bollen ieder jaar rijk wil laten bloeien, strooit direct na de bloei wat kalirijke bollenmest of beendermeel. Gebruik geen verse stalmest, want die bevordert rot.
Snoeien en onderhoud
Knip direct na de bloei de uitgebloeide bloemen af, zodat de plant geen energie in zaad steekt. Het blad laat je staan tot het geel wordt en vanzelf wegvalt, ongeveer zes weken na de bloei. In die periode laadt de bol zich op voor het volgende jaar. Blad samenknopen of vroeg wegmaaien is de meest gemaakte fout.
Groeien de pollen na een aantal jaar zo dicht dat de bloei terugloopt, graaf ze dan in juni op als het blad verdord is. Scheid de bollen en plant ze in de herfst ruimer opnieuw.
Soorten en cultivars
- 'Tête-à-Tête': miniatuur van 15 centimeter, vroeg en ideaal voor potten.
- 'February Gold': vroege cyclamineusnarcis met teruggeslagen bloemblaadjes, verwildert goed.
- 'Dutch Master': de klassieke grote gele trompetnarcis.
- 'Thalia': sierlijke witte, meerbloemige narcis.
- 'Pheasant's Eye' (Narcissus poeticus): late, geurende dichtersnarcis met rood randje.
- 'Bridal Crown': gevulde, geurende trosnarcis.
- Narcissus pseudonarcissus: de wilde narcis, perfect voor een natuurlijke tuin.
Problemen en ziektes
Alleen blad, geen bloemen: het blad werd het vorige jaar te vroeg weggehaald, de bollen staan te dicht of te ondiep, of de plek is te schaduwrijk geworden. Bruine, scheve bloemknoppen: nachtvorst, meestal herstelt de plant zich. Rotte, zachte bollen: natte grond of fusarium; gooi zulke bollen weg. Misvormd, gestreept blad: virus of narcisvlieg, waarvan de larve de bol uitholt. Verwijder aangetaste planten.
Narcissen zijn in alle delen giftig voor katten en honden, de bol het meest. Ze bevatten lycorine en kristallen van calciumoxalaat, die braken, diarree en speekselen veroorzaken. Laat honden geen bollen opgraven en zet afgesneden narcissen buiten bereik; ook het vaaswater is giftig. Daarom vreten muizen ze ook niet.
Combineren in de tuin
Narcissen zijn ideaal om onder struiken en tussen vaste planten te zetten, die later in het seizoen het afstervende blad verbergen. Plant ze tussen hosta of ooievaarsbek, of in brede banen onder een krentenboom. Samen met krokussen en latere tulpen maak je een voorjaarsbloei die van februari tot mei loopt. Inspiratie vind je bij onze voorjaarsbloeiers.
Narcis door het jaar
Laat Narcis met rust en bescherm alleen bij strenge vorst.
Oud blad en dode delen verwijderen, een laag compost geven en eventueel planten of verplanten. Het startschot van het groeiseizoen.
Water geven bij langdurige droogte, vooral het eerste jaar na het planten. Een laag mulch houdt de wortels koel en vochtig.
Een uitstekend plantmoment: de grond is nog warm en vochtig. Laat uitgebloeide delen zo veel mogelijk staan voor insecten en vogels.
Veelgemaakte fouten
- Water geven op schema. Niet de kalender, maar de grond bepaalt wanneer je giet. Voel met je vinger: is de bovenlaag droog, dan is het tijd. In de winter is dat veel minder vaak dan in de zomer.
- Felle middagzon. Directe middagzon (zeker achter glas) geeft bruine, verbrande vlekken op het blad. Ochtend- of avondzon is meestal geen probleem.
- Te weinig water na het planten. Het eerste jaar heeft een plant nog geen diep wortelstelsel. Geef bij droogte één à twee keer per week flink water in plaats van dagelijks een beetje.
- Op het verkeerde moment snoeien. Wie op het verkeerde moment snoeit, knipt de bloemknoppen weg of maakt de plant gevoelig voor vorst. Kijk in de gids hierboven wanneer je narcis het beste snoeit.
Kopen: waar let je op?
Een gezonde narcis heeft een stevige kluit of pot vol witte wortels, gaaf blad of naalden en geen kale of bruine plekken. Kijk naar de maat: een grotere plant geeft sneller resultaat, een kleinere plant is goedkoper, slaat makkelijker aan en is vaak binnen een paar jaar even groot. Plant zo snel mogelijk na ontvangst en geef het eerste jaar royaal water. In de categorie bloembollen vind je het actuele aanbod met prijzen en maten.

Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto: