Kamerplanten

Een plant die past bij jouw licht, jouw ritme en je huisgenoten (met of zonder vier poten) blijft jarenlang mooi. Hier vind je per plant wat hij nodig heeft, eerlijk en zonder franje, en daarnaast een groot aanbod kamerplanten in alle maten: van mini-plantjes voor de vensterbank tot palmen en vioolbladplanten van ruim twee meter.

KamerplantenFoto: Lo · CC0 · via Wikimedia Commons

Kamerplanten kopen per soort

Uitgelicht

Meer →

Begin bij het licht, niet bij de plant

De meeste mensen kiezen een kamerplant op uiterlijk en zoeken daarna een plekje. Andersom werkt beter. Kijk eerst naar de plek: hoeveel uur daglicht valt er, op welke windrichting ligt het raam en hoe ver staat de plant ervan af? Een meter van het raam halveert de hoeveelheid licht al ruimschoots. Een plek die voor ons oog prima verlicht lijkt, is voor een plant vaak schemerig.

Grofweg zijn er drie soorten plekken. Weinig licht (noorden, gang, verder in de kamer): kies voor Zamioculcas, Sansevieria, Pothos of de lepelplant. Veel indirect licht (oost of west, of een meter van een zuidraam): hier gedijen Monstera, Philodendron, Calathea en de meeste Ficussen. Zon (direct voor een raam op het zuiden): cactussen, vetplanten, Strelitzia en Yucca.

Water geven zonder schema

Een vast gietschema is de snelste weg naar rotte wortels. Een plant verbruikt in juli bij een zonnig raam veel meer water dan in januari op dezelfde plek. Gebruik daarom de vingertest: voel tot een paar centimeter diep in de pot. Droog? Dan geef je flink water, tot het onderuit loopt. Nog vochtig? Wachten. Gooi water dat na een kwartier nog in de sierpot of schotel staat altijd weg.

Vetplanten en Zamioculcas laat je helemaal opdrogen, tropische bladplanten zoals Calathea houden van een licht vochtige pot. Meer daarover lees je in onze longread over water geven.

Kamerplanten en huisdieren

Veel populaire kamerplanten bevatten stoffen die mond en maag van katten en honden irriteren, zoals de calciumoxalaatkristallen in Monstera, Philodendron, Pothos en Dieffenbachia. Meestal blijft het bij kwijlen en braken, maar een kat die graag aan blad knaagt, kun je beter geen giftige plant geven. Veilige keuzes zijn onder andere Calathea, de Kentia- en Arecapalm, de orchidee (Phalaenopsis), Peperomia en Pilea. Bij elke plantgids staat duidelijk of een plant giftig is.

Kopen: waar let je op?

Een gezonde plant heeft stevig, glanzend blad zonder bruine vlekken, nieuwe scheuten in het hart en geen wortels die massaal onderuit de pot groeien. Kijk ook onder de bladeren en in de bladoksels: witte pluisjes (wolluis) of fijne spinsels (spint) wil je niet mee naar huis nemen. Bestel je online, pak de plant dan direct uit, geef hem een lichte plek zonder felle zon en verpot pas na een paar weken. Een plant moet eerst wennen aan het licht en de lucht in jouw huis.

Kamerplanten kiezen per ruimte in huis

Elke kamer heeft zijn eigen klimaat, en wie daar rekening mee houdt, kiest kamerplanten die blijven. In de woonkamer is het overdag warm en in de winter droog. Daar doen grote bladplanten het goed, zoals een Monstera of een Strelitzia op een of twee meter van een licht raam. Zoek je echt iets van formaat voor een lege hoek, kijk dan in onze gids over kamerbomen kopen.

De badkamer is vochtig en vaak wat donkerder. Varens zoals de zwaardvaren en planten met dun blad voelen zich daar thuis, mits er een raam is. Meer soorten vind je in de gids kamerplanten voor de badkamer. De slaapkamer is meestal koeler, wat veel planten in de winter juist prettig vinden; de Sansevieria is daar een klassieker. Op een werkplek die in het weekend leeg staat, tellen vooral soorten die een paar dagen zonder aandacht kunnen. Die staan bij de sterke kamerplanten.

Weinig vloerruimte? Een plank of vensterbank vol mini-kamerplanten geeft veel groen op een paar vierkante decimeter, en ranken uit de hang- en klimplanten gebruiken de hoogte in plaats van de vloer.

Verpotten, voeden en stekken: het jaarritme van een kamerplant

Kamerplanten volgen het daglicht. Van maart tot en met september groeien ze, in de donkere maanden staan ze grotendeels stil. Dat ritme bepaalt wanneer je iets doet. Verpotten doe je in het voorjaar, als de plant weer op gang komt en nieuwe wortels snel de verse grond in groeien. Hoe je dat aanpakt zonder de wortelkluit te beschadigen, lees je in kamerplanten verpotten. Kies grond die bij de soort past: luchtig en vochthoudend voor tropische bladplanten, korrelig en snel drogend voor vetplanten. Het verschil tussen grondsoorten en voeding staat in plantenvoeding en potgrond.

Het voorjaar is ook het beste moment om te stekken. Een Pothos, Tradescantia of Pilea maakt binnen een paar weken wortels, en zo heb je gratis nieuwe planten om weg te geven. Stap voor stap uitgelegd in kamerplanten stekken.

In de herfst en winter verschuift de zorg: minder water, geen voeding en een plek iets dichter bij het raam, omdat het licht zwakker is. Een plant op een koude vensterbank boven een radiator krijgt het dubbel zwaar, met koud glas aan de ene kant en hete, droge lucht van onderen. Onze tips staan in kamerplanten in de winter.

Problemen vroeg herkennen

Een plant laat bijna altijd zien wat er mis is, als je weet waar je moet kijken. Gele onderste bladeren in combinatie met een natte pot wijzen meestal op te veel water. Gele bladeren verspreid over de hele plant kunnen ook door te weinig licht of een tekort aan voeding komen. Een overzicht staat in gele bladeren: oorzaken. Bruine, krokante randen zie je vooral in de winter bij soorten als de Calathea: dan is de lucht te droog en helpt het om de luchtvochtigheid te verhogen.

Fijne spinsels, plakkerig blad of witte pluisjes zijn het werk van spint, luis of wolluis. Zet de plant meteen apart, zodat het niet overslaat op de rest. Hoe je deze beestjes herkent en aanpakt, lees je in ongedierte op kamerplanten.

Gidsen per situatie

Veelgestelde vragen

Welke kamerplant is het makkelijkst?
De Zamioculcas en de Sansevieria zijn het meest vergevingsgezind: ze verdragen weinig licht en kunnen weken zonder water. Pothos is een goede derde, omdat hij duidelijk laat zien wanneer hij dorst heeft.
Hoe vaak moet ik kamerplanten voeding geven?
Van maart tot en met september om de twee à vier weken, in de helft van de dosering op de verpakking. In de winter groeien de meeste planten nauwelijks en hebben ze geen voeding nodig.
Wanneer verpot je een kamerplant?
In het voorjaar, als de wortels de pot vullen of onderuit groeien. Kies een pot die hooguit 2 tot 5 cm ruimer is dan de huidige.

Kamerplanten bij bol

Naast het assortiment hierboven vind je bij bol een groot aanbod kamerplanten, van stekjes tot XL-planten.

Alle artikelen over kamerplanten

Naar de categorie →

Alle kamerplanten in de encyclopedie

A–Z →