Kamerplanten · 13 min lezen ·
Vetplanten en cactussen verzorgen: licht, water en winterrust
Vetplanten en cactussen verzorgen binnen: licht, water, de juiste grond, winterrust, stekken en oplossingen voor veelvoorkomende problemen.
Foto: Anne Jea. · CC BY-SA 4.0 · via Wikimedia CommonsVetplanten en cactussen hebben de reputatie dat je ze kunt vergeten. Dat klopt half: ze vergeven het als je een maand geen water geeft, maar ze vergeven het niet als je ze te vaak water geeft of op een donkere plek zet. Wie vetplanten en cactussen goed wil verzorgen, moet vooral begrijpen waar ze vandaan komen. In dit artikel lees je hoeveel licht ze nodig hebben, hoe je water geeft zonder ze te laten rotten, welke grond en pot je gebruikt, waarom een koele winterrust zo belangrijk is, hoe je ze stekt en hoe je de meest voorkomende problemen herkent en oplost.
Wat vetplanten en cactussen bijzonder maakt
Vetplanten, ook wel succulenten genoemd, zijn planten die water opslaan in dikke bladeren, stengels of wortels. Ze groeien van nature op plekken waar het lange tijd droog is en dan ineens hard kan regenen: halfwoestijnen, rotsachtige berghellingen, savannes. Cactussen zijn een aparte familie binnen die grote groep. Ze komen bijna allemaal uit Noord- en Zuid-Amerika en hebben in plaats van bladeren meestal doorns, die groeien uit kleine wollige kussentjes, de areolen.
Het belangrijkste kenmerk voor de verzorging is hun zuinige stofwisseling. Veel vetplanten openen hun huidmondjes alleen 's nachts, als het koel is, om zo weinig mogelijk water te verliezen. Daardoor groeien ze langzaam en verbruiken ze weinig. Een plant die weinig verbruikt, heeft ook weinig nodig: weinig water, weinig voeding, maar wel veel licht. Een handig overzicht van soorten voor een eerste kennismaking vind je in de gids vetplanten voor beginners.
Licht: de belangrijkste factor
Als er één ding is waar vetplanten en cactussen binnen tekort aan komen, dan is het licht. Een raam op het zuiden of westen is voor de meeste soorten de beste plek, het liefst direct op de vensterbank. Zelfs daar is het binnen een stuk donkerder dan op hun natuurlijke standplaats, want glas en de lage winterzon houden veel licht tegen. Meer over hoe je lichtsterkte inschat, lees je in licht voor kamerplanten.
| Plant | Lichtbehoefte | Beste plek binnen |
|---|---|---|
| Woestijncactussen | Zeer hoog, directe zon | Zuidraam, vlak achter het glas |
| Echeveria en andere rozetten | Hoog, liefst wat directe zon | Zuid- of westraam |
| Jadeplant en aloë | Hoog, verdragen halfschaduw | Zuid-, oost- of westraam |
| Haworthia | Middelhoog, helder zonder felle zon | Oost- of westraam |
| Kerstcactus | Helder, indirect | Oost- of noordraam |
Rozetten en woestijnplanten
De Echeveria is het schoolvoorbeeld van een vetplant die veel zon wil. In voldoende licht blijft de rozet compact en kleuren de bladranden vaak roze, rood of paars. Bij te weinig licht verliest hij die kleur en rekt hij zich uit. De meeste bolvormige en zuilvormige cactussen willen zoveel mogelijk zon. Een uitgebreide lijst met planten voor een warme plek staat in de gids kamerplanten voor een zonnige vensterbank.
Vetplanten voor iets minder licht
Heb je geen zuidraam, kijk dan naar de Haworthia. Deze kleine Zuid-Afrikaanse vetplant groeit in de natuur in de schaduw van struiken en rotsen en kan prima uit de voeten met een oost- of westraam. Ook de aloë vera en de jadeplant zijn iets toleranter, al groeien ze het mooist in de zon. Verwante planten als de Sansevieria en de Zamioculcas slaan ook water op, maar verdragen veel minder licht. Die passen beter in het lijstje kamerplanten voor weinig licht.
Wennen aan de zon
Vetplanten die uit de winkel komen of die je in het voorjaar naar buiten zet, zijn niet gewend aan felle zon. Zet je ze meteen in de volle middagzon, dan verbranden ze: er ontstaan bruine of witte, ingezakte vlekken die niet meer herstellen. Laat ze daarom een week of twee wennen op een plek met ochtend- of avondzon, en verhuis ze daarna geleidelijk naar de zonnigste plek.
Water geven: weinig, maar dan goed
Te veel water is verreweg de belangrijkste doodsoorzaak van vetplanten en cactussen binnen. Het juiste ritme heet in het Engels soak and dry, en dat beschrijft het precies: geef een flinke hoeveelheid water, en wacht dan tot de grond helemaal droog is voordat je opnieuw water geeft.
- Geef grondig water. Giet tot er water uit het drainagegat loopt, of zet de pot een kwartier in een bak water en laat goed uitlekken.
- Laat de grond volledig opdrogen. Steek een houten satéprikker tot onder in de pot: komt hij droog en schoon terug, dan is het tijd. Een pot die veel lichter aanvoelt, is ook een goede aanwijzing.
- Nooit water in de schotel laten staan. Natte voeten zijn funest voor de wortels.
- Giet op de grond, niet over de rozet. Water dat in het hart van een rozet blijft staan, kan rot veroorzaken, zeker bij koele temperaturen.
In de zomer komt dat in een zonnige vensterbank vaak neer op eens per één tot twee weken, afhankelijk van de potgrootte. In de winter veel minder, daarover hieronder meer. Algemene tips over gieten lees je in kamerplanten water geven.
Hoe zie je of een vetplant dorst heeft?
Vetplanten laten het meestal duidelijk zien. De bladeren worden iets slapper, dunner of licht gerimpeld, en bij cactussen zakt de stam wat in of krijgt hij plooien. Na een flinke gietbeurt zijn ze binnen een paar dagen weer stevig. Rimpelig blad samen met een zachte, donkere stam is echter een teken van rot, niet van dorst.
De juiste grond en pot
Gewone potgrond houdt veel water vast en blijft na het gieten dagenlang nat. Voor de meeste kamerplanten is dat prima, maar voor vetplanten en cactussen te nat. Gebruik speciale cactus- en vetplantengrond, en maak die liefst nog luchtiger door er een derde tot de helft grof materiaal doorheen te mengen, zoals perliet, puimsteen, lavagrit of fijn grind. Water moet er bij het gieten direct doorheen lopen. Meer over grondsoorten en toevoegingen lees je in plantenvoeding en potgrond; de materialen zelf vind je bij potgrond en toebehoren.
Pot met gat, liefst van terracotta
Een drainagegat is niet onderhandelbaar. Een pot van ongeglazuurd terracotta is ideaal, omdat de wand vocht doorlaat en de grond sneller opdroogt. Kies een pot die maar iets groter is dan het wortelgestel: in een te grote pot blijft veel grond nat waar geen wortels bij komen. Mooie potten in alle maten vind je bij de bloempotten, en meer over de keuze lees je in de juiste pot kiezen.
Verpotten
Vetplanten en cactussen groeien langzaam en hoeven maar om de twee tot drie jaar verpot te worden, het liefst in het voorjaar. Verpot in droge grond, schud oude grond voorzichtig los en controleer de wortels op rot of witte pluisjes van wortelluis. Geef na het verpotten een week geen water, zodat beschadigde wortels kunnen indrogen. Bij stekelige cactussen is een opgevouwen krant of een stuk karton rond de plant een handige grijper. Algemene stappen vind je in kamerplanten verpotten.
Winterrust: het geheim van bloeiende cactussen
In hun natuurlijke omgeving kennen veel cactussen en vetplanten een koele, droge periode. Binnen staan ze het hele jaar warm, maar in de winter krijgen ze veel minder licht. Warm en donker is precies de combinatie die tot slappe, doorgeschoten groei leidt. Een koele winterrust lost dat op en zet veel cactussen bovendien aan tot bloei in het voorjaar.
- Periode: grofweg van november tot en met februari.
- Temperatuur: voor de meeste woestijncactussen idealiter tussen 5 en 12 °C, bijvoorbeeld in een onverwarmde slaapkamer, een koele serre of een vorstvrije, lichte gang. Vetplanten als echeveria en jadeplant doen het goed rond 10 tot 15 °C.
- Water: bij koele temperaturen vrijwel niets, hooguit een klein slokje als planten erg gaan rimpelen. Staan ze warm in de woonkamer, geef dan heel spaarzaam, ongeveer eens per drie tot vier weken.
- Licht: zo licht mogelijk, ook in de koele periode.
- Voeding: helemaal niet.
In maart, als de dagen lengen, zet je de planten weer warmer en begin je voorzichtig met water geven. Zodra de groei op gang komt, kun je ook weer voeden. Meer over de winter voor al je kamerplanten lees je in kamerplanten in de winter.
Uitzondering: de kerstcactus
De kerstcactus is een bladcactus uit de Braziliaanse bergbossen, waar hij als epifyt op bomen groeit. Hij wil geen volle zon, meer water dan een woestijncactus en luchtige, humusrijke grond. Om knoppen te maken heeft hij in de herfst juist korte dagen en koelere nachten nodig. Behandel hem dus eerder als een tropische kamerplant dan als een cactus uit de woestijn.
Voeding
Vetplanten en cactussen hebben weinig voeding nodig. Geef van april tot en met september ongeveer eens per maand een speciale cactusvoeding, of een algemene voeding in een sterk verdunde dosis. Cactusvoeding bevat relatief weinig stikstof, wat zorgt voor compacte groei in plaats van zacht, slap weefsel. Te veel voeding maakt planten juist vatbaarder voor rot en plagen.
Vetplanten en cactussen stekken
Een van de leukste eigenschappen van vetplanten is hoe makkelijk ze zich laten vermeerderen. Uit een enkel blad kan een compleet nieuw plantje groeien. Het voorjaar en de vroege zomer zijn de beste periode. Algemene technieken voor alle kamerplanten lees je in kamerplanten stekken.
Bladstekken
Bij echeveria, jadeplant en veel andere vetplanten met dikke bladeren draai je een gezond blad voorzichtig in zijn geheel van de stengel. Het groeipunt zit aan de basis, dus een afgebroken blad wortelt niet. Laat het blad een paar dagen drogen tot het wondje is ingedroogd, en leg het daarna plat op droge cactusgrond op een lichte plek zonder felle zon. Spray de grond af en toe licht. Na enkele weken verschijnen er worteltjes en daarna een miniatuurrozet. Het moederblad verschrompelt langzaam; laat het zitten tot het helemaal is verdroogd.
Stengelstekken
Een doorgeschoten echeveria of een te grote jadeplant kun je redden met een stengelstek. Snijd de top met een stuk stengel van een paar centimeter af met een schoon mes, laat de snijwond enkele dagen tot een week indrogen en steek de stek dan in licht vochtige cactusgrond. Het achterblijvende stompje loopt vaak opnieuw uit.
Kindjes en zijscheuten
De aloë vera, de haworthia en veel cactussen maken kindjes aan de voet van de plant. Haal ze los als ze een eigen wortelgestel hebben, bij voorkeur bij het verpotten, en zet ze in een eigen potje. Bij cactussen kun je zijscheuten afbreken of afsnijden, laten indrogen en opnieuw oppotten.
Veelvoorkomende problemen herkennen en oplossen
Doorschieten
Een rozet die uit elkaar trekt, een cactus die dunner wordt aan de top en zich naar het raam buigt, bleke kleuren: dit is etiolatie, oftewel doorschieten door te weinig licht. Het uitgerekte deel wordt nooit meer compact. Zet de plant lichter, en stek de top opnieuw als je het oude, compacte uiterlijk terug wilt.
Rot
Zachte, glazige of zwarte bladeren, een stam die bij de grond zacht en donker wordt, een muffe geur: dat is rot, bijna altijd door te veel water in combinatie met kou of te zware grond. Haal de plant meteen uit de pot, snijd al het aangetaste weefsel weg tot je gezond, stevig weefsel ziet, laat de plant indrogen en pot hem op in droge, verse grond. Is het rot al ver doorgedrongen, red dan een gezond blad of de top als stek. Meer over verkleuringen lees je in oorzaken van gele bladeren.
Onderste bladeren verdrogen
Bij rozetvormige vetplanten is het normaal dat de onderste bladeren langzaam verschrompelen en verdrogen terwijl er bovenin nieuwe bijkomen. Haal ze voorzichtig weg zodra ze helemaal droog zijn; ze kunnen anders schuilplaatsen worden voor plagen.
Plagen
Wolluis is de meest voorkomende plaag bij vetplanten en cactussen. Je ziet witte, wollige plukjes tussen de bladeren, in de areolen of in de rozet. Een verwante soort, de wortelluis, leeft in de grond en is alleen bij het verpotten te zien als wit poeder rond de wortels. Spint komt voor bij droge, warme lucht en geeft een fijn gespikkelde, dofgele verkleuring. Hoe je deze plagen aanpakt, lees je in ongedierte op kamerplanten.
Waslaag op het blad
Veel echeveria's hebben een blauwgrijs poederlaagje op het blad, de zogeheten farina. Dat is een natuurlijke zonnebrandcrème. Raak het niet aan en veeg het niet af: vingerafdrukken blijven zichtbaar en het laagje groeit niet terug op bestaand blad.
Populaire soorten voor binnen
Naast de klassiekers zijn er vetplanten die je misschien niet direct herkent als succulent. De erwtenplant en de Ceropegia woodii zijn hangende vetplanten die prachtig uit een pot op een plank of in een hangpot groeien; zie ook de hang- en klimplanten. De olifantspoot slaat water op in zijn dikke stamvoet en groeit uit tot een opvallende kamerboom. De Peperomia Raindrop heeft dikke, wat succulente bladeren en gedraagt zich als een vetplant die iets minder zon nodig heeft. Kleine vetplanten zijn ideaal voor een bureau of vensterbank; kijk ook bij de mini-kamerplanten en in de gids kleine kamerplanten.
Houd er rekening mee dat niet alle vetplanten veilig zijn voor huisdieren. De aloë en de jadeplant zijn giftig voor katten en honden, terwijl haworthia en echeveria als veilig gelden. Meer daarover lees je in de gids niet giftige kamerplanten voor katten en honden.
Vetplanten in de zomer naar buiten
Veel vetplanten en cactussen vinden het heerlijk om van eind mei tot half september buiten op een beschut balkon of terras te staan. Ze groeien er compacter en kleuren mooier. Laat ze wel eerst wennen aan de zon, zet ze onder een afdakje zodat ze niet dagenlang in de regen staan, en haal ze binnen voordat de nachten onder de tien graden zakken. Winterharde vetplanten zoals sedum mogen het hele jaar buiten blijven; meer ideeën staan in balkon en terras in pot en in de gids planten voor zon en droogte.
Vetplanten en cactussen kopen
Kies planten met stevige, gave bladeren of een stevige stam, zonder zachte plekken, witte pluisjes of zwarte vlekken bij de voet. Een compacte plant met een mooie kleur heeft goed licht gehad. Kijk ook even in de pot: veel planten worden verkocht in een dichte, natte kweekgrond, en dan is verpotten in luchtige cactusgrond na een paar weken een goed idee. Het complete assortiment vind je bij de vetplanten en cactussen, en wie twijfelt welke plant bij zijn vensterbank past, kan de plantenkiezer gebruiken. Vetplanten in een mooie pot zijn bovendien populaire plantcadeaus, omdat ze ook bij mensen zonder groene vingers lang mooi blijven.
Veelgestelde vragen
Hoe vaak moet je vetplanten water geven?
Alleen als de grond helemaal droog is. In de zomer is dat meestal eens per één tot twee weken, in de winter veel minder: bij een koele winterrust bijna niet, in een warme kamer ongeveer eens per drie tot vier weken. Geef dan grondig water en laat het teveel weglopen.
Welke grond gebruik je voor cactussen en vetplanten?
Gebruik cactus- en vetplantengrond en meng er een derde tot de helft grof materiaal door, zoals perliet, puimsteen of lavagrit. Water moet snel doorlopen. Gewone potgrond houdt te lang vocht vast en vergroot de kans op wortelrot.
Waarom wordt mijn vetplant lang en dun?
Dat heet doorschieten en komt door te weinig licht. De plant rekt zich uit naar het raam. Zet hem op een zonnigere plek; het uitgerekte deel herstelt niet, maar je kunt de top stekken om weer een compacte plant te krijgen.
Hebben cactussen een winterrust nodig?
De meeste woestijncactussen wel. Van november tot februari koel, rond 5 tot 12 °C, licht en vrijwel droog staan zorgt voor compacte groei en zet veel soorten aan tot bloei. De kerstcactus is een uitzondering en wil een andere verzorging.
Hoe stek je een vetplant?
Draai een gezond blad in zijn geheel los, laat het een paar dagen indrogen en leg het op droge cactusgrond. Na enkele weken verschijnen worteltjes en een nieuw rozetje. Stengelstekken en kindjes laat je ook eerst indrogen voordat je ze oppot.
Waarom wordt mijn cactus zacht aan de onderkant?
Een zachte, donkere voet wijst bijna altijd op rot door te veel water, vaak in combinatie met kou. Haal de plant uit de pot, snijd het rotte deel weg, laat indrogen en pot op in droge, verse grond. Is het te ver gevorderd, red dan de gezonde top als stek.
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto: 



Foto:
Foto:
Foto: