Kamerplanten · 4 min lezen
Jadeplant
Crassula ovata · Geldboom
De jadeplant, ook bekend als geldboom of Crassula ovata, is een vetplant die uitgroeit tot een stevig boompje met dikke stammen en glanzende, vlezige blaadjes. Hij kan tientallen jaren oud worden en wordt vaak van generatie op generatie doorgegeven. Zon, weinig water en een koele winter is alles wat hij nodig heeft.
Foto: Diego Delso · CC BY-SA 3.0 · via Wikimedia CommonsHerkomst en uiterlijk
Crassula ovata komt uit de droge, rotsachtige hellingen van Zuid-Afrika (de Oost-Kaap en KwaZoeloe-Natal) en Mozambique. Hij hoort bij de vetplantenfamilie Crassulaceae. In de natuur wordt hij een struik van één tot twee meter; in huis blijft hij meestal tussen de 30 en 100 centimeter, maar oude exemplaren kunnen indrukwekkend groot worden.
De blaadjes zijn ovaal, dik en jadegroen, bij veel zon met een rood randje. De stammen verhouten met de jaren tot een grijsbruine, knoestige schors, waardoor een jadeplant er al snel uitziet als een bonsai. Een volwassen plant die een koele, droge winter heeft gehad, bloeit in de late herfst of winter met trosjes kleine witte tot lichtroze stervormige bloemetjes.
Licht en standplaats
De jadeplant is een zonaanbidder. Een plek in of vlak voor een raam op het zuiden of westen, met minstens vier uur direct licht per dag, levert compacte groei en mooie rode randjes op. Op een donkere plek strekken de takken zich, worden de bladeren groter en slapper en blijft de plant kaal. Wen hem in het voorjaar wel geleidelijk aan felle zon, anders kan hij verbranden.
Van mei tot september mag hij heerlijk buiten op balkon of terras staan, zolang hij beschermd is tegen langdurige regen. In de winter staat hij het liefst koel, tussen 10 en 15 °C, bijvoorbeeld in een onverwarmde slaapkamer met een licht raam. Bekijk ook andere planten voor een zonnige vensterbank.
Water geven en luchtvochtigheid
Als vetplant slaat de jadeplant water op in blad en stam. Geef pas water als de grond volledig is opgedroogd en geef dan zo veel dat het onderuit loopt. In de zomer komt dat neer op eens per twee à drie weken, in een koele winter eens per maand of nog minder. Gerimpelde blaadjes betekenen dat hij echt dorst heeft.
Het grootste risico is te veel water, zeker in combinatie met weinig licht en een koele kamer. Dan rotten de wortels en de stamvoet. Laat nooit water in de sierpot of schotel staan. Droge kamerlucht is geen enkel probleem; sproeien is overbodig.
Gebruik water op kamertemperatuur en giet bij voorkeur 's ochtends, zodat eventuele druppels op het blad overdag kunnen opdrogen. Een houten satéprikker in de grond steken is een handige test: komt hij er droog en schoon uit, dan is het tijd om water te geven.
Grond, pot en voeding
Gebruik cactus- en vetplantengrond, eventueel aangevuld met extra grof zand of bims voor een snelle afwatering. Omdat een volwassen jadeplant topzwaar wordt, is een zware terracotta of stenen pot verstandig; die voert ook vocht af. Kies een pot die niet veel groter is dan de kluit.
Voeding heeft hij nauwelijks nodig. Geef van april tot augustus eens per maand cactusvoeding op halve sterkte en stop daarna helemaal.
Verpotten en stekken
Een jadeplant groeit langzaam en staat graag wat krap. Verpot jonge planten om de twee jaar, oudere exemplaren om de drie à vier jaar, altijd in het voorjaar. Geef na het verpotten een week geen water, zodat beschadigde wortels kunnen indrogen.
Stekken is eenvoudig. Snijd een takje van 8 tot 10 centimeter af, laat het snijvlak een paar dagen drogen tot er een eeltlaagje op zit en steek het in droge vetplantengrond. Geef pas na een week een beetje water. Losse blaadjes wortelen ook: leg ze op de grond en binnen een paar weken verschijnen wortels en een mini-rozetje. Snoeien voor een vollere vorm doe je in het voorjaar: knip net boven een bladpaar en er ontstaan twee nieuwe takken.
Soorten en cultivars
- Crassula ovata: de gewone groene jadeplant.
- 'Gollum' en 'Hobbit': buisvormige blaadjes met een zuignapachtig uiteinde, ook wel Shrek-oortjes genoemd.
- 'Hummel's Sunset': geel-groen blad met oranje-rode randen bij veel zon.
- 'Minima': kleinbladig en compact, geschikt als bonsai.
- Crassula arborescens: verwant, met grijsblauwe, ronde bladeren.
Verwar hem niet met Portulacaria afra, de olifantenstruik, die op het eerste gezicht lijkt maar kleinere blaadjes en roodbruine stengels heeft.
Problemen herkennen
Gerimpelde, slappe blaadjes: de plant heeft dorst. Geef grondig water. Zachte, glazige of gele blaadjes en een zwarte stamvoet: wortelrot door te veel water. Haal de plant uit de pot, snijd rotte delen weg en stek gezonde takjes. Bladval in de winter: te warm en te donker, of te koud gegoten water. Lange, slappe takken: te weinig licht. Witte, wollige plukjes in bladoksels: wolluis, de meest voorkomende plaag. Dep met een wattenstaafje met spiritus.
Combineren en stylen
Een oude jadeplant in een eenvoudige terracotta of matte keramische pot is een eyecatcher op zich, met de uitstraling van een bonsai. Combineer hem op een zonnige vensterbank met andere zonminnende vetplanten zoals Echeveria, Aloë vera en Haworthia voor een droge, mediterrane sfeer. Wie van kleine boompjes houdt, kan hem ook vormsnoeien. Let op: Crassula ovata is giftig voor katten en honden; zet hem dus buiten bereik.
Jadeplant door het jaar
Minder licht betekent minder groei en dus minder water. Geef Jadeplant nauwelijks water, eens per drie à vier weken is vaak genoeg, geen voeding, en zet de plant zo dicht mogelijk bij het raam, uit de buurt van de radiator.
Vanaf maart komt Jadeplant weer in de groei. Het beste moment om te verpotten als de wortels de pot vullen, om bruine of kale delen weg te knippen en om weer te beginnen met voeding in een halve dosis.
Groeiseizoen: geef water zodra de grond helemaal droog is en geef om de twee à vier weken voeding. Zon is geen probleem, maar laat de plant na een donkere periode langzaam wennen.
Bouw water en voeding geleidelijk af. Controleer Jadeplant op ongedierte zoals spint en wolluis voordat de verwarming aangaat, en neem de bladeren af zodat ze zoveel mogelijk licht vangen.
Veelgemaakte fouten
- Te vaak water geven. De meest voorkomende doodsoorzaak. Jadeplant slaat vocht op en wortels gaan rotten in natte grond. Giet pas als de grond echt droog is en laat nooit water in de schotel staan.
- Een te donkere plek. Te weinig licht geeft lange, slappe groei en weinig bloei of kleur. Kies de zonnigste plek die je hebt.
- Een te grote pot. Een veel te grote pot houdt lang water vast. Verpot hooguit één maat groter (2 tot 5 cm breder) en altijd in een pot met afvoergat of een binnenpot.
Kopen: waar let je op?
Kies bij het kopen van een jadeplant een plant met stevig, gaaf blad, zonder bruine vlekken of plakkerige plekken, en kijk onder de bladeren en in de bladoksels of er geen ongedierte zit. Een grote plant geeft direct effect, maar een kleinere plant went sneller aan jouw huis en groeit vaak verrassend snel door. Bestel je online, pak de plant direct uit, geef een lichte plek zonder felle zon en verpot pas na twee tot vier weken. In de categorie vetplanten & cactussen vind je het actuele aanbod in verschillende maten.

Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto: