Tuinplanten · 14 min lezen ·

Tuin zonder gras: gazon vervangen door bodembedekkers

Een tuin zonder gras? Zo vervang je het gazon door bodembedekkers, kruidenrijk grasland of grind met beplanting, met de beste soorten voor zon en schaduw.

Een gazon lijkt de makkelijkste keuze voor een tuin, tot je uitrekent hoeveel zaterdagen je achter de grasmaaier loopt, hoeveel water het in een droge zomer vraagt en hoe snel het in de schaduw verandert in een lappendeken van mos. Steeds meer tuinbezitters kiezen daarom voor een tuin zonder gras. Bodembedekkers, kruidenrijk grasland of grind met een losse beplanting geven je een groene, levendige tuin die minder werk kost en veel meer leven trekt. In dit artikel lees je welke alternatieven er zijn, hoe je het gazon weghaalt, welke bodembedekkers het goed doen in zon en schaduw en hoe je de overgang zonder teleurstellingen maakt.

Waarom een tuin zonder gras steeds populairder wordt

Een strak gazon is eigenlijk een veeleisende monocultuur. Het wil elke week gemaaid worden, het wil bemest worden om groen te blijven en het verbruikt in een warme zomer veel water. Toch loopt het in de schaduw van bomen en schuttingen al snel terug, en op een natte kleigrond vertrapt het tot een modderig pad. Wie het gras vervangt door planten, krijgt een tuin die het hele jaar iets laat zien: bloei in het voorjaar, structuur in de zomer en zaaddozen of groenblijvend blad in de winter.

Een beplante bodem neemt bovendien regenwater beter op dan kortgemaaid gras op verdichte grond. En voor insecten maakt het een enorm verschil. Een gazon biedt bijen bijna niets, terwijl een tapijt van bloeiende bodembedekkers van het vroege voorjaar tot de herfst nectar levert. Wie daar meer over wil weten, vindt in onze blog over een tuin voor bijen en vlinders veel praktische ideeën.

Belangrijk om meteen te zeggen: een tuin zonder gras is niet automatisch een tuin zonder werk. In het eerste jaar, voordat de planten de grond hebben gesloten, moet je regelmatig wieden. Daarna wordt het echter rustig, zeker als je kiest voor robuuste soorten die bij jouw grond en licht passen. De principes daarachter staan uitgebreid in ons artikel over een onderhoudsvriendelijke tuin.

Drie alternatieven voor het gazon

Grofweg zijn er drie manieren om het gazon te vervangen, en je kunt ze ook combineren, bijvoorbeeld een grindpad met aan weerszijden bodembedekkers of een strook kruidenrijk grasland achterin de tuin langs een border met vaste planten.

Bodembedekkers: een groen tapijt van vaste planten

Bodembedekkers zijn laagblijvende planten die zich via uitlopers, wortelstokken of liggende stengels uitbreiden en zo de grond volledig bedekken. Het zijn meestal vaste planten, soms kleine heesters. Na twee tot drie jaar vormen ze een gesloten mat waar onkruid nauwelijks doorheen komt. Je kunt er niet intensief op voetballen, maar met een paar stapstenen of een pad loop je er makkelijk doorheen.

Kruidenrijk grasland: een bloemenweide in het klein

Een kruidenrijk grasland is een mengsel van inheemse grassen en bloeiende kruiden zoals margriet, knoopkruid, rolklaver, duizendblad en grote ratelaar. Het wordt niet wekelijks gemaaid maar één of twee keer per jaar. Het resultaat is een wuivend, bloeiend vlak dat er natuurlijk uitziet en ontzettend veel insecten aantrekt. Het past vooral in grotere tuinen of achterin een tuin, waar het wat wilder mag.

Grind met beplanting: de droge tuin

Een beplante grindtuin heeft niets te maken met de kale, stenige voortuinen waar gemeenten terecht tegen campagne voeren. Hier is het grind een mulchlaag tussen een rijke beplanting van droogteminnende planten. Denk aan siergrassen, lavendel, salie, sedum en bolgewassen. Het grind houdt vocht vast in de bodem, onderdrukt kiemend onkruid en zorgt dat planten met een gevoelige wortelhals niet wegrotten in de winter.

Het gazon weghalen: drie methoden

Voordat je kunt planten, moet het gras weg. Gras dat je laat zitten en simpelweg omspit, komt terug en gaat de concurrentie aan met je nieuwe planten. Kies een van deze methoden, afhankelijk van je geduld, je grond en je rug.

Afplaggen

Bij afplaggen steek je de graszode met een scherpe spade of een plagmachine af, inclusief de bovenste paar centimeter wortels. Afplaggen is snel en je kunt direct planten. Het nadeel is dat je de vruchtbare toplaag deels verwijdert. Voor een grindtuin of kruidenrijk grasland is dat juist gunstig, want die willen een schrale bodem. Voor bodembedekkers in de schaduw werk je na het afplaggen wat compost door de grond.

Afdekken met karton

Wie niet haast heeft, legt in het najaar of vroege voorjaar ongekleurd karton over het kortgemaaide gras, laat de randen ruim overlappen en bedekt het met een laag compost, houtsnippers of bladaarde. Zonder licht sterft het gras binnen enkele maanden af en verteert het karton. Het bodemleven blijft intact en de grond wordt losser en rijker. Vanaf het voorjaar kun je door de laag heen planten. Deze methode werkt goed bij gewoon gazongras, minder goed bij hardnekkige wortelonkruiden als kweek of zevenblad, die je eerst zo goed mogelijk uitsteekt.

Hoe je het ook doet: maak de grond daarna los, maar niet te diep. Verbeter een zware kleigrond met compost of wat grof zand, en een arme zandgrond met compost of bladaarde. Bodemverbeteraars en compost vind je bij potgrond en toebehoren.

Bodembedekkers voor de zon

Op een zonnige plek zijn de mogelijkheden groot, zeker als de grond goed doorlatend is. Veel zonminnende bodembedekkers bloeien uitbundig en zijn een feest voor bijen. Kies bij voorkeur een paar soorten en herhaal ze, in plaats van van alles één plantje te nemen. Dat geeft rust en de planten groeien sneller tot een geheel.

  • Vetkruid. Laagblijvende sedumsoorten zoals Sedum album, Sedum spurium en Sedum reflexum vormen dikke, vlezige matten die droogte moeiteloos verdragen. Ze zijn ideaal voor schrale, zonnige plekken, randen langs paden en tussen stapstenen. De hogere hemelsleutel past juist mooi tussen de bodembedekkers als accent.
  • Kruiptijm. Thymus serpyllum en Thymus praecox vormen geurende, paarsbloeiende tapijtjes die licht betreden mogen worden. Perfect tussen tegels en in een grindtuin.
  • Ooievaarsbek. Een van de beste allrounders. Soorten als Geranium sanguineum en Geranium x cantabrigiense blijven laag, bloeien lang en vormen een dichte bladmat. Lees meer over de verschillende soorten op de pagina over ooievaarsbek.
  • Kattenkruid. Nepeta x faassenii vormt grijsgroene kussens met lavendelblauwe bloemen en bloeit opnieuw als je hem na de eerste bloei terugknipt.
  • Vlambloem. Phlox subulata bedekt in april en mei rotsachtige plekken en randen met een kleurrijk tapijt.

Combineer deze lage planten met wat hogere, structuurgevende soorten. Een groepje lavendel, een paar pollen salie of een rij rozemarijn geeft hoogteverschil en geur. Meer droogtebestendige soorten vind je in onze gids met planten voor zon en droogte.

Bodembedekkers voor de schaduw

Juist in de schaduw, waar gras het meest moeite heeft, komen bodembedekkers tot hun recht. Onder bomen, langs een noordgevel of in de schaduw van een schutting groeien ze vaak beter dan in de volle zon. Houd wel rekening met het verschil tussen lichte schaduw, halfschaduw en droge diepe schaduw onder een boom met veel wortels.

  • Kleine maagdenpalm. Vinca minor is groenblijvend, bloeit in het voorjaar met blauwe stervormige bloemetjes en verdraagt zelfs droge schaduw.
  • Elfenbloem. Epimedium heeft sierlijk, hartvormig blad dat in het voorjaar rood of brons uitloopt. Een topper onder bomen.
  • Rotsooievaarsbek. Geranium macrorrhizum groeit vrijwel overal, ook in droge schaduw, en geurt kruidig als je het blad aanraakt.
  • Kruipend zenegroen. Ajuga reptans vormt donkere bladrozetten met blauwe bloemaren en houdt van vochtige halfschaduw.
  • Klimop. Laat je klimop horizontaal groeien, dan heb je een groenblijvende, ijzersterke bodembedekker voor de diepste schaduw.
  • Schaduwkruid. Pachysandra terminalis vormt een strak, groenblijvend tapijt, vooral op wat zure grond.

Tussen deze bodembedekkers passen grotere schaduwplanten heel goed. Een paar hosta's geven grote, rustige bladvormen, en de kerstroos bloeit als de rest van de tuin nog slaapt. Een groenblijvende struik als Skimmia zorgt voor structuur in de winter. Uitgebreide plantlijsten staan in onze gids planten voor de schaduw in de tuin, en hoe je zo'n plek als geheel ontwerpt, lees je in schaduwtuin inrichten.

BodembedekkerStandplaatsHoogteGroenblijvendBijzonder
Vetkruid (Sedum)Zon, droog5 tot 15 cmJaExtreem droogtebestendig
KruiptijmZon, droog5 tot 10 cmGrotendeelsLicht beloopbaar, geurend
OoievaarsbekZon tot halfschaduw20 tot 35 cmDeelsLange bloei, sterk
KattenkruidZon30 tot 40 cmNeeBijenmagneet, herbloei
Kleine maagdenpalmHalfschaduw tot schaduw10 tot 15 cmJaVerdraagt droge schaduw
ElfenbloemSchaduw20 tot 30 cmDeelsMooi voorjaarsblad
Kruipend zenegroenHalfschaduw, vochtig10 tot 15 cmJaSnelle uitbreiding
KlimopSchaduw15 tot 20 cmJaBijna onverwoestbaar

Hoeveel bodembedekkers per vierkante meter?

De meest gemaakte fout bij het vervangen van gras door bodembedekkers is te zuinig planten. Dan duurt het jaren voordat de grond gesloten is, en al die tijd ben je aan het wieden. Als vuistregel geldt:

  • Kleine, langzame bodembedekkers zoals kruiptijm en sedum: 9 tot 12 planten per vierkante meter.
  • Middelgrote soorten zoals ooievaarsbek, elfenbloem en kattenkruid: 6 tot 9 planten per vierkante meter.
  • Snelle groeiers met uitlopers zoals maagdenpalm, zenegroen en klimop: 5 tot 8 planten per vierkante meter.
  • Grotere accentplanten zoals hosta's, siergrassen en kleine heesters: 1 tot 3 per vierkante meter, tussen de bodembedekkers in.

Plant in een losse driehoeksverband in plaats van in rijen; dat sluit sneller en oogt natuurlijker. Op een grotere oppervlakte loont het om flink in te kopen. Bekijk ons assortiment vaste planten voor bodembedekkers in verschillende maten, en gebruik de plantenkiezer als je wilt filteren op licht en grondsoort.

Kruidenrijk grasland aanleggen

Een kruidenrijk grasland lijkt op een gazon dat je laat gaan, maar zo werkt het niet. Laat je een bestaand, bemest gazon simpelweg staan, dan krijg je vooral hoog gras, brandnetels en ridderzuring. Kruiden hebben een schrale bodem nodig waarop grassen minder dominant zijn.

De bodem verschralen

Begin met afplaggen of verwijder in elk geval de bovenste, voedselrijke laag. Bemest daarna nooit meer. Op een rijke kleigrond kun je de verschraling versnellen door de eerste jaren drie keer per jaar te maaien en het maaisel altijd af te voeren. Zo haal je elk jaar voedingsstoffen uit het systeem.

Inzaaien of inplanten

Zaai een mengsel van inheemse grassen en kruiden in het vroege najaar, van eind augustus tot half oktober, of in het voorjaar in maart en april. Najaarszaai heeft de voorkeur, omdat veel wilde bloemen een koudeperiode nodig hebben om te kiemen. Meng het fijne zaad met droog zand voor een gelijkmatige verdeling, hark het hooguit licht in en rol of loop de grond aan. Wil je sneller resultaat, plant dan aanvullend kleine pluggen van bijvoorbeeld margriet, knoopkruid en wilde marjolein.

Een slimme bondgenoot is de grote ratelaar. Deze eenjarige plant is een halfparasiet op de wortels van grassen en remt hun groei, waardoor er ruimte komt voor bloemen. Zaai hem in het najaar direct op de plek waar hij moet komen, want hij laat zich slecht verplanten.

Maaibeheer

Maai een gevestigd kruidenrijk grasland één tot twee keer per jaar: een keer in juni of juli, na de hoofdbloei, en eventueel een keer in september. Laat het maaisel een paar dagen liggen zodat zaden kunnen uitvallen, en voer het daarna af. Laat ook altijd een strook staan als schuilplaats voor insecten in de winter. Meer over bloeiende planten voor bestuivers lees je in de gids planten voor bijen en vlinders.

Grind met beplanting: zo pak je het aan

Een beplante grindtuin is ideaal voor een zonnige voortuin, een plek bij het terras of een strook langs de oprit. Het is ook een goede oplossing voor wie een droge, zandige bodem heeft waar gras elke zomer verbrandt.

Laat het worteldoek liggen

Veel mensen leggen standaard worteldoek onder grind. Bij een grindtuin met beplanting is dat juist geen goed idee. Het doek belemmert de uitbreiding van planten, zelfzaaiers kunnen niet kiemen, en na een paar jaar vormt zich op het doek toch een laagje humus waarin onkruid groeit, dat dan lastig te verwijderen is. Beter is het om grind direct op een schrale, goed doorlatende ondergrond te strooien.

Grondvoorbereiding en grindlaag

Verwijder het gras en verbeter een zware kleigrond met grof zand of fijn grind voor een goede afwatering. Zet de planten op hun plek, met de kluit iets hoger dan normaal, en strooi er vervolgens een laag grind van vijf tot acht centimeter omheen. Gebroken grind ligt stabieler dan ronde kiezels.

Geschikte planten voor de grindtuin

Siergrassen vormen het skelet van een grindtuin. Het lampenpoetsersgras Pennisetum geeft zachte pluimen, en het rechtopgaande struisriet Calamagrostis zorgt voor verticale lijnen die tot in de winter blijven staan. In een grotere tuin past ook prachtriet. Daartussen zet je bloeiers zoals zonnehoed, salie en lavendel, en laagblijvende sedums en tijm aan de randen. Vergeet de bolgewassen niet: sierui steekt in mei en juni zijn bollen boven de beplanting uit en laat daarna mooie zaadhoofden achter. Een ruime keus aan grassen vind je bij de siergrassen, en tips voor het kiezen staan in de gids siergrassen kopen.

Bloembollen tussen de bodembedekkers

Een tapijt van bodembedekkers is een perfecte basis voor bloembollen. De bodembedekkers verbergen het afstervende blad van de bollen na de bloei, en de bollen geven kleur op het moment dat de vaste planten nog maar net uitlopen. Plant in het najaar bijvoorbeeld krokussen en botanische narcissen tussen maagdenpalm of ooievaarsbek. Deze soorten verwilderen en komen elk jaar terug. Kleine botanische tulpen doen het goed in een zonnige grindtuin, waar ze in de zomer droog kunnen staan. Hoe diep en wanneer je plant, lees je in bloembollen planten, en een overzicht van soorten vind je in de gids voorjaarsbloeiers en bloembollen en bij onze bloembollen.

Wanneer plant je bodembedekkers?

Het beste moment om bodembedekkers te planten is het najaar, van september tot eind november, zolang de grond niet bevroren is. De bodem is dan nog warm, het regent vaker en de planten kunnen in alle rust wortelen voordat ze in het voorjaar gaan groeien. Het voorjaar, van maart tot mei, is het tweede beste moment. Plant je later, dan moet je in de zomer vaker water geven.

Onderhoud in het eerste jaar en daarna

Het eerste jaar bepaalt het succes. Zolang de grond nog niet gesloten is, kiemen er onkruiden in de open plekken. Wied elke twee weken even en mulch de open grond met compost of fijne houtsnippers. Een compacte, groenblijvende rand van Japanse hulst of taxus houdt het geheel bovendien strak, ook in een kleine tuin.

Vanaf het tweede of derde jaar is er veel minder werk. Het onderhoud bestaat dan uit:

  • In het vroege voorjaar oude bladeren en uitgebloeide stengels wegknippen.
  • Kattenkruid en ooievaarsbek na de eerste bloei terugknippen voor een tweede bloeironde.
  • Te enthousiaste uitbreiders zoals maagdenpalm of klimop aan de randen inperken.
  • Kale plekken opvullen door een stuk van een bestaande plant af te steken en te verplanten.
  • Op schrale grond eens per jaar een dun laagje compost geven, maar niet bij kruidenrijk grasland of de grindtuin.

In de herfst laat je bladeren gerust tussen de bodembedekkers liggen; ze verteren tot humus en beschermen de bodem in de winter. Meer seizoenstips lees je in ons stuk over de tuin winterklaar maken.

Beloopbaarheid: waar loop je straks?

Een eerlijk punt: geen enkele bodembedekker is zo beloopbaar als gras. Kruiptijm, sedum en sommige soorten kamille verdragen af en toe een voetstap, maar geen dagelijks verkeer of spelende kinderen. Ontwerp daarom vooraf waar je loopt. Leg stapstenen of een pad van grind, houtsnippers of klinkers naar de plekken waar je vaak komt, zoals de schuur, de compostbak of het terras.

Veelgestelde vragen

Wat is de beste bodembedekker om gras te vervangen?

Dat hangt af van de plek. In de zon zijn ooievaarsbek, kattenkruid, kruiptijm en sedum uitstekende keuzes. In de schaduw doen kleine maagdenpalm, elfenbloem, rotsooievaarsbek en klimop het het best. Kies altijd soorten die passen bij je licht en grondsoort, en plant ze dicht genoeg.

Kun je over bodembedekkers lopen?

Af en toe wel, maar niet zo intensief als over gras. Kruiptijm, sedum en sommige soorten kamille verdragen licht betreden. Leg voor looproutes altijd stapstenen of een pad aan, zodat de beplanting heel blijft.

Hoe lang duurt het voordat bodembedekkers de grond bedekken?

Bij een plantdichtheid van zes tot twaalf planten per vierkante meter is de grond meestal na één tot twee groeiseizoenen gesloten. Snelle uitbreiders zoals maagdenpalm en zenegroen gaan sneller, langzamere soorten zoals elfenbloem hebben wat meer tijd nodig.

Moet ik worteldoek gebruiken onder grind met beplanting?

Liever niet. Worteldoek belemmert de groei en uitbreiding van planten, en op den duur groeit er toch onkruid op het humuslaagje dat zich op het doek vormt. Een dikke laag grind op een schrale, doorlatende ondergrond werkt beter.

Wanneer zaai ik een kruidenrijk grasland in?

Het beste moment is het vroege najaar, van eind augustus tot half oktober. Veel wilde bloemen hebben een koudeperiode nodig om te kiemen. Voorjaarszaai in maart en april kan ook, maar geeft vaak een trager resultaat in het eerste jaar.

Is een tuin zonder gras echt onderhoudsarm?

Na de aanloopfase wel. Het eerste jaar moet je regelmatig wieden tot de planten de grond hebben gesloten. Daarna beperkt het werk zich tot een voorjaarsronde met de snoeischaar, af en toe inperken en een maaibeurt of twee bij kruidenrijk grasland.

Plantgidsen bij dit artikel

Bekijk het assortiment

Uit het assortiment

Gidsen bij dit onderwerp

Alle gidsen →