Tuinplanten · 11 min lezen ·
Een onderhoudsvriendelijke tuin: minder werk, meer groen en zonder tegels
Een tuin die weinig werk vraagt is geen tegeltuin. Zo ontwerp je een groene, onderhoudsarme tuin met bodembedekkers, siergrassen, de juiste haag en slimme keuzes in verharding.
Foto: WelshDave · CC BY-SA 4.0 · via Wikimedia CommonsVeel mensen die een tuin willen die weinig werk vraagt, denken aan tegels, grind en worteldoek. Toch is dat zelden de makkelijkste tuin. Tegels groeien dicht met mos en onkruid in de voegen, grind op worteldoek verandert binnen een paar jaar in een onkruidbed, en een kale tuin wordt in de zomer bloedheet en laat bij een stortbui het water niet weg. Een onderhoudsvriendelijke tuin is juist een tuin vol planten, maar dan de juiste, op de juiste plek en zo dicht dat onkruid geen kans krijgt. Zo pak je dat aan.
Wat kost in een tuin eigenlijk tijd?
Voordat je iets verandert, is het nuttig te weten waar de uren naartoe gaan. In de meeste tuinen zijn dat vier dingen: het gazon maaien en bijhouden, onkruid wieden op kale grond en in voegen, hagen knippen en planten water geven die op de verkeerde plek staan. Een tuin die weinig werk vraagt, pakt precies die vier aan. Dat betekent niet dat je nooit meer iets hoeft te doen, maar wel dat je kunt volstaan met een paar vaste momenten per jaar in plaats van elk weekend.
Kale grond is het probleem, niet de planten
De natuur duldt geen kale grond. Elke vierkante meter zonder begroeiing wordt binnen een paar weken door onkruid ingenomen. Het belangrijkste principe van een onderhoudsarme tuin is daarom: bedek de grond, het liefst met planten. Een dichte beplanting van vaste planten en bodembedekkers laat geen licht door naar de grond, waardoor onkruidzaden niet kiemen. Plant daarom dichter dan je denkt nodig is, en vul de ruimte tussen struiken met lage soorten in plaats van schors of grind.
Waar nog geen planten staan, mulch je met een laag van vijf tot acht centimeter houtsnippers, compost of bladaarde. Mulch onderdrukt onkruid, houdt de grond vochtig en verteert langzaam tot voeding. Worteldoek onder grind of schors raden we af: er hoopt zich organisch materiaal op, onkruid wortelt er bovenop en het doek is later lastig te verwijderen.
Begin bij een bestaande tuin vol onkruid niet met planten, maar met opruimen. Haal wortelonkruid zoals zevenblad, kweekgras en heermoes zo grondig mogelijk weg, of dek een hardnekkig vervuilde plek een seizoen lang af met karton en een dikke laag compost. Het voelt als tijdverlies, maar elk uur dat je hier investeert, scheelt later tientallen uren wieden tussen je nieuwe planten. Plant daarna in één keer de hele plek vol, in plaats van elk jaar een paar planten bij te zetten: een half beplante border blijft een onkruidmagneet.
Bodembedekkers: de werkpaarden van de tuin
Bodembedekkers zijn lage, uitbreidende planten die in een paar jaar een gesloten tapijt vormen. Kies ze op standplaats; de onderstaande soorten zijn sterk, winterhard en vragen bijna geen onderhoud.
| Plant | Hoogte | Standplaats | Groenblijvend | Per m² |
|---|---|---|---|---|
| Geranium macrorrhizum | 30 cm | Zon tot schaduw, ook droog | Grotendeels | 7 |
| Ooievaarsbek 'Rozanne' | 40 cm | Zon tot halfschaduw | Nee | 3–5 |
| Vetkruid (Sedum, laag) | 5–15 cm | Zon, droog | Ja | 9–11 |
| Elfenbloem (Epimedium) | 30 cm | Halfschaduw tot schaduw | Ja | 9 |
| Kleine maagdenpalm (Vinca minor) | 15 cm | Halfschaduw tot schaduw | Ja | 9–11 |
| Vrouwenmantel (Alchemilla) | 40 cm | Zon tot halfschaduw | Nee | 5–7 |
| Kattenkruid (Nepeta) | 30–50 cm | Zon | Nee | 5 |
| Japanse zegge (Carex morrowii) | 30 cm | Halfschaduw tot schaduw | Ja | 7 |
Een breder overzicht van sterke, weinig veeleisende soorten vind je in onze gids onderhoudsvriendelijke tuinplanten.
Siergrassen en sterke vaste planten
Siergrassen zijn misschien wel de meest onderhoudsvriendelijke planten die er zijn. Ze hoeven niet gesnoeid, gesteund of bemest te worden, hebben vrijwel geen last van ziekten en zien er van de zomer tot diep in de winter goed uit. Je knipt ze één keer per jaar, eind februari, terug tot een paar centimeter boven de grond, en dat is met een heggenschaar in een paar minuten gebeurd. Prachtige soorten zijn prachtriet (Miscanthus), struisriet (Calamagrostis), lampenpoetsersgras (Pennisetum) en vingergras (Panicum). Kies bij kleine tuinen compacte cultivars, want sommige Miscanthus worden ruim twee meter hoog.
Combineer de grassen met vaste planten die lang bloeien, stevig staan en niet om de paar jaar gescheurd hoeven te worden. Goede keuzes zijn hemelsleutel (Sedum), zonnehoed, ooievaarsbek, Japanse anemoon, Astrantia en Hosta voor de schaduw. Vermijd soorten die snel uitzaaien of woekeren, en soorten die na de bloei slap omvallen. Hoe je die planten tot een samenhangende border combineert, lees je in ons artikel over een border aanleggen met vaste planten.
Struiken en een haag die weinig werk vraagt
Struiken vormen het skelet van de tuin en vragen, mits je ze ruim genoeg plant, nauwelijks snoei. Kies soorten die van nature compact blijven of een mooie eigen vorm hebben, zoals Skimmia, Viburnum, krentenboom, Japanse esdoorn of een bolvormige Ilex crenata. Het grootste werk ontstaat wanneer je een struik die drie meter breed wordt op een plek van één meter zet. Kijk altijd naar de eindmaat en plant op minstens de helft van de eindbreedte van een pad of muur.
Bij hagen is de keuze nog belangrijker. Een snelle groeier als laurierkers of liguster moet twee tot drie keer per jaar geknipt worden; Taxus, Ilex crenata en beuk volstaan met één keer per jaar. Ook de hoogte telt mee: een haag van één meter knip je in een half uur, een haag van twee meter vraagt een trap en een middag. In ons artikel welke haag kiezen vergelijken we de soorten op groeisnelheid en snoeiwerk.
Het gazon: kleiner, of anders
Een gazon lijkt makkelijk, maar is in werkelijkheid een van de meest onderhoudsintensieve onderdelen van een tuin: wekelijks maaien in het groeiseizoen, kanten steken, bemesten, verticuteren en in droge zomers sproeien. Wil je minder werk, overweeg dan:
- Een kleiner gazon met een strakke rand van staal of klinkers, zodat je zonder kanten steken kunt maaien.
- Een bloemrijk grasveld dat je maar twee à drie keer per jaar maait, met paadjes die je wel kort houdt.
- Een robotmaaier voor wie het gazon wil behouden. Maai dan wel op minstens vijf centimeter, zodat het gras droogte beter doorstaat.
- Een border of bodembedekkers op lastige plekken, zoals schaduwrijke hoeken waar gras toch nooit mooi wordt.
Verharding: slim en beperkt
Een terras en paden zijn nodig, maar kies ze bewust. Grote tegels met smalle voegen geven minder onkruid dan kleine klinkers. Voeg ze met een waterdoorlatende voegmortel die onkruid tegenhoudt. Grind werkt prima als je er minstens vijf centimeter dik halfverharding of split onder legt en geen worteldoek gebruikt, of als je het combineert met beplanting die erdoorheen mag groeien, zoals in een grindtuin met tijm, Sedum en grassen. Houd verharding beperkt tot waar je echt loopt en zit. Elke vierkante meter die je groen laat, helpt bovendien tegen hittestress en wateroverlast, iets wat veel gemeenten in Nederland en België inmiddels met subsidies voor ontegelen stimuleren.
Ontwerpen in lagen: zo blijft het rustig
Een tuin die weinig werk vraagt, moet er ook rustig uitzien. Een verzameling van veertig verschillende soorten oogt al snel rommelig, en elke soort heeft zijn eigen behoeften en snoeimoment. Werk liever met een beperkt palet van tien tot vijftien soorten, die je in grote groepen herhaalt. Bouw de tuin op in drie lagen: een groenblijvend skelet van struiken en een haag, een middenlaag van grassen en vaste planten, en een onderlaag van bodembedekkers en bollen. Groenblijvende soorten zorgen dat de tuin ook in januari verzorgd oogt; in onze gids groenblijvende struiken vind je soorten die weinig snoei vragen.
Bloembollen passen perfect in dit concept. Je plant ze één keer in de herfst tussen de bodembedekkers, en daarna komen soorten als krokus, narcis, sierui en blauwe druifjes elk jaar terug zonder dat je er iets voor hoeft te doen. Hun afstervende blad verdwijnt vanzelf onder de opkomende vaste planten. Kies wel soorten die zich van nature handhaven: veel tulpen worden na een paar jaar minder, terwijl narcissen en krokussen zich juist uitbreiden.
Denk ten slotte aan de randen. Een strakke opsluiting van cortenstaal, hout of een rij klinkers tussen gazon en border voorkomt dat gras de border in kruipt en scheelt elk jaar uren kantensteken.
Water: kies planten die bij je grond passen
Water geven kost in droge zomers veel tijd, maar is grotendeels te voorkomen. Kies planten die van nature bij je grond en standplaats passen: droogteminnende soorten als lavendel, Sedum, salie en grassen voor zonnige zandgrond, en vochtminnende soorten als Hosta en varens voor schaduwrijke klei. Een plant die op zijn plek staat, hoeft na het eerste jaar vrijwel nooit meer water. Leg daarnaast een regenton aan bij de regenpijp en bedek de grond met mulch. In het eerste jaar na het planten geef je wel trouw water: één à twee keer per week flink, zodat de wortels de diepte in gaan.
Het jaarritme van een onderhoudsarme tuin
Een goed aangelegde, dicht beplante tuin vraagt ongeveer vier vaste momenten per jaar:
- Eind februari: grassen en vaste planten terugknippen, een laag compost strooien.
- Mei: de eerste onkruidjes wieden voordat ze zaad zetten; dit is het belangrijkste wiedmoment van het jaar.
- Juni of september: de haag knippen.
- Herfst: blad van paden en gazon in de borders vegen en nieuwe planten zetten op lege plekken.
Daartussen is het vooral genieten. Begin je nu met de omvorming, dan is de herfst ideaal: plant struiken, hagen en vaste planten, zodat ze de winter gebruiken om te wortelen en volgend voorjaar meteen een vlucht nemen. Bekijk ons aanbod siergrassen voor een eerste, sterke basis.
Planten die je in een onderhoudsarme tuin beter vermijdt
Bij een onderhoudsvriendelijke tuin is weten wat je niet plant minstens zo belangrijk als weten wat wel. Een paar planten zien er in het tuincentrum aantrekkelijk uit, maar vragen jarenlang extra werk.
- Woekerende bamboe: soorten met lange uitlopers kruipen onder schuttingen door en zijn bijna niet meer weg te krijgen. Kies alleen polvormende, niet-woekerende Fargesia.
- Snelle haagplanten op een smalle plek: laurierkers groeit hard en wordt breed. Op een smalle strook ben je meerdere keren per jaar aan het knippen.
- Buxus: door buxusmot en schimmelziekten in veel tuinen een zorgenkind. Een Japanse hulst geeft hetzelfde beeld met veel minder problemen.
- Uitzaaiende eenjarigen en woekeraars: leuk voor een wilde border, maar wie weinig wil wieden, kiest vaste planten die op hun plek blijven.
- Planten met hoge eisen: soorten die steun nodig hebben, gevoelig zijn voor slakken of elk jaar gescheurd moeten worden.
Een onderhoudsarme voortuin
De voortuin is vaak klein, ligt aan de straatkant en wordt minder vaak gebruikt dan de achtertuin. Daardoor is het de plek waar onderhoud het snelst achterblijft. Een paar principes werken hier bijzonder goed. Houd de verharding beperkt tot het pad naar de voordeur en eventueel een plek voor de fiets of kliko. Vul de rest met een dichte beplanting van één of twee groenblijvende struiken, een groep siergrassen en een doorlopende onderlaag van bodembedekkers. Een meerstammige krentenboom geeft hoogte en seizoensbeleving zonder veel snoei. Plant er in de herfst narcissen tussen, die jaar na jaar terugkomen en het voorjaar inluiden. Een lage, strak geschoren haag van Taxus langs de stoep knip je maar één keer per jaar.
Een voorbeeld voor een stadstuin van zes bij acht meter
Zo kan een onderhoudsarme achtertuin van ongeveer vijftig vierkante meter eruitzien. Bij de achtergevel een terras van grote tegels van vier bij drie meter. Langs de zijschuttingen klimplanten aan draden, met daarvoor een border van anderhalve meter diep. Achterin een kleine boom met daaronder een schaduwhoek met Hosta, varens en Geranium macrorrhizum. In de zonnige border groepen lampenpoetsersgras, hemelsleutel, salie en ooievaarsbek, met bollen ertussen. In het midden een klein gazon met een stalen rand, of een grindpad met tijm in de voegen. Dat is genoeg groen voor vogels en insecten en weinig genoeg werk voor een paar vaste momenten per jaar. Meer soorten voor kleine ruimtes staan in de gids planten voor een kleine tuin, en voor de schaduwrijke hoek is het artikel schaduwtuin inrichten een goede aanvulling.
Gereedschap en hulpmiddelen die tijd sparen
Met de juiste spullen gaat het onderhoud dat overblijft een stuk sneller. Een paar aanschaffen die zich snel terugverdienen:
- Een scherpe schoffel: jonge onkruidjes wegschoffelen op een droge dag kost minuten, wieden van uitgegroeid onkruid uren.
- Een druppelslang met timer: in het eerste jaar na het planten en in droge zomers geeft die precies water waar het nodig is.
- Een goede heggenschaar: een accuheggenschaar maakt het knippen van een haag en het terugzetten van grassen veel lichter.
- Een regenton: gratis water voor de tuin, en minder piekbelasting op het riool bij zware buien.
Een haag kiezen die bij je tijd past
Een haag is in veel tuinen het grootste terugkerende klusje. De keuze bepaalt jarenlang hoeveel tijd je kwijt bent. Een langzame, dichte groeier is in het begin wat duurder, maar scheelt elk jaar werk. Taxus en Japanse hulst volstaan met één knipbeurt per jaar en blijven ook in de winter groen. Een overzicht van groenblijvende soorten vind je in de gids groenblijvende haag kopen, en het volledige aanbod bij de haagplanten. Op een zonnige, droge zandgrond doe je er bovendien goed aan je beplanting af te stemmen op droogte, zoals in de gids planten voor zon en droogte.
Veelgestelde vragen
Wat is de makkelijkste tuin om te onderhouden?
Een tuin met een dichte beplanting van struiken, siergrassen, vaste planten en bodembedekkers, weinig verharding en een klein of geen gazon. Kale grond is de grootste bron van werk.
Is een grindtuin onderhoudsvriendelijk?
Alleen zonder worteldoek en met beplanting erdoorheen. Grind op doek verandert binnen een paar jaar in een onkruidbed omdat er organisch materiaal op ophoopt.
Welke haag vraagt het minste onderhoud?
Taxus, Japanse hulst en beuk. Ze groeien langzaam en hoeven maar één keer per jaar geknipt te worden.
Hoeveel tijd kost een onderhoudsarme tuin per jaar?
Een goed aangelegde, dicht beplante tuin vraagt ongeveer vier vaste momenten per jaar, met daarnaast hier en daar een kwartiertje wieden.
Wanneer leg je een onderhoudsvriendelijke tuin aan?
De herfst is ideaal. Planten wortelen dan de hele winter door en staan in het voorjaar direct sterk.
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto: 



Foto:
Foto: