Tuinplanten · 12 min lezen ·

Siergrassen in de tuin: kiezen, combineren, planten en snoeien

Siergrassen in de tuin geven beweging en structuur. Lees hoe je siergrassen kiest, combineert in de border, plant, in het voorjaar terugknipt en deelt.

Siergrassen in de tuin brengen iets wat geen enkele andere plantengroep zo goed kan: beweging. Ze wuiven bij het minste briesje, vangen het laaglicht in de herfst en blijven in de winter overeind met berijpte pluimen. Ze zijn bovendien sterk, onderhoudsarm en passen in vrijwel elke tuinstijl, van strak modern tot wild en natuurlijk. Toch zijn er grote verschillen tussen soorten. In dit artikel lees je hoe je siergrassen kiest voor jouw plek, hoe je ze combineert in de border, wanneer je ze plant en terugknipt en hoe je een te grote pol deelt.

Wat maakt siergrassen zo waardevol in de tuin?

Siergrassen zijn de bindmiddelen van een beplanting. Waar bloeiende vaste planten voor kleuraccenten zorgen, geven grassen rust, lijn en textuur. Een border met alleen bloemen kan druk en rommelig ogen; een paar grassen ertussen brengen er samenhang in. Ze verlengen bovendien het seizoen: veel grassen zijn op hun mooist in september en oktober, als de meeste bloeiers al voorbij zijn, en blijven tot ver in de winter staan.

Daarnaast zijn de meeste siergrassen weinig kieskeurig. Ze hebben zelden last van ziekten of plagen, slakken laten ze met rust en eenmaal geworteld verdragen veel soorten droogte goed. Daarmee horen ze thuis in elke onderhoudsvriendelijke tuin. In de winter bieden de holle stengels en de dichte pollen bovendien schuilplekken voor insecten, en vogels eten de zaden.

Warmteminnende en koeleseizoensgrassen

Het belangrijkste onderscheid bij het kiezen van siergrassen is het groeiritme. Dat bepaalt wanneer je plant, snoeit en deelt.

Warmteminnende grassen

Warmteminnende grassen beginnen laat in het voorjaar te groeien, vaak pas in april of mei, en bloeien in de nazomer en herfst. Bekende voorbeelden zijn prachtriet, lampenpoetsersgras, vingergras (Panicum) en pijpenstrootje (Molinia). Ze worden vaak groot en spectaculair, maar zien er in het voorjaar een tijd lang kaal uit nadat je ze hebt teruggeknipt.

Koeleseizoensgrassen

Koeleseizoensgrassen groeien al vroeg in het voorjaar en bloeien in de late lente of vroege zomer. Het bekendste voorbeeld is struisriet, Calamagrostis x acutiflora 'Karl Foerster', dat al in juni zijn rechtopgaande pluimen laat zien. Ook ruwe smele (Deschampsia), vedergras (Stipa) en blauw schapengras (Festuca glauca) horen in deze groep. Ze zorgen voor structuur op het moment dat de warmteminnende grassen nog laag zijn.

Een goede border combineert beide groepen, zodat er van het voorjaar tot de winter altijd grassen in topvorm zijn.

Siergrassen kiezen: de bekendste soorten

SiergrasHoogte in bloeiStandplaatsBloeiGroeiritme
Prachtriet (Miscanthus sinensis)100 tot 250 cmZonAugustus tot oktoberWarmteminnend
Lampenpoetsersgras (Pennisetum alopecuroides)50 tot 100 cmZonAugustus tot oktoberWarmteminnend
Vingergras (Panicum virgatum)80 tot 180 cmZonAugustus tot oktoberWarmteminnend
Pijpenstrootje (Molinia)60 tot 200 cmZon tot halfschaduwJuli tot septemberWarmteminnend
Struisriet (Calamagrostis)120 tot 180 cmZon tot halfschaduwJuni tot augustusKoeleseizoen
Ruwe smele (Deschampsia)60 tot 100 cmHalfschaduwJuni tot augustusKoeleseizoen
Blauw schapengras (Festuca glauca)20 tot 30 cmZon, droogJuni tot juliKoeleseizoen, groenblijvend
Japans bergras (Hakonechloa)30 tot 50 cmHalfschaduwAugustusWarmteminnend
Zegge (Carex)20 tot 60 cmHalfschaduw tot schaduwVoorjaarGroenblijvend

Een uitgebreid overzicht met soorten per hoogte en plek vind je in de gids siergrassen kopen, en het volledige aanbod staat bij de siergrassen.

Siergrassen voor zon en droogte

De meeste siergrassen houden van een zonnige plek. Prachtriet, vingergras, lampenpoetsersgras en vedergras komen in de volle zon het best tot hun recht en kleuren in de herfst het mooist. Op droge, zandige grond doen blauw schapengras, vedergras en Panicum het uitstekend. Meer droogtebestendige combinaties vind je in de gids planten voor zon en droogte.

Siergrassen voor de schaduw

Voor schaduwrijke plekken is de keuze kleiner, maar niet minder mooi. Het Japans bergras Hakonechloa macra vormt sierlijke, overhangende bossen die in halfschaduw prachtig goudgeel of fris groen kleuren. Zeggen (Carex) en veldbies (Luzula) zijn groenblijvend en verdragen zelfs vrij diepe schaduw. Ruwe smele groeit in lichte schaduw onder bomen. Combineer ze met hosta's en kerstrozen voor een rustig, groen beeld. Inspiratie voor donkere hoeken vind je in schaduwtuin inrichten en in de gids planten voor de schaduw in de tuin.

Let op woekeraars

De meeste siergrassen groeien in een nette pol die alleen langzaam breder wordt. Een paar soorten vormen echter lange wortelstokken en kunnen flink woekeren. Rietgras (Phalaris arundinacea), zandhaver (Leymus arenarius) en Miscanthus sacchariflorus breiden zich snel uit. Plant ze alleen met een stevige wortelbegrenzing of op een plek waar ze vrij mogen gaan. Hetzelfde geldt voor bamboe; kies daarom voor horstvormende Fargesia als je bamboe wilt zonder zorgen.

Siergrassen combineren in de border

Siergrassen zijn op hun best tussen andere planten. Een paar vuistregels helpen je om ze goed in te zetten.

Gebruik grassen als ritme

Herhaal één of twee soorten grassen op regelmatige afstand door de border. Dat geeft rust en maakt van een losse verzameling planten een samenhangend geheel. Een rij struisriet langs de achterkant of een paar pollen lampenpoetsersgras die terugkomen werkt veel beter dan tien verschillende grassen naast elkaar.

Combineer vormen

Grassen hebben lijnvormig blad en luchtige pluimen. Ze contrasteren mooi met planten met platte schermen of ronde bloemhoofden. Klassieke partners zijn zonnehoed, hemelsleutel, duizendblad, kogeldistel en Verbena bonariensis. De ronde bollen van sierui zweven in mei en juni prachtig boven jonge grassen uit. Paarse en blauwe tinten van salie, kattenkruid en lavendel zijn in de zomer een gouden combinatie met zilverige of blonde grassen.

Hoogte en transparantie

Niet alle grassen hoeven achteraan. Luchtige soorten zoals vedergras, pijpenstrootje en ruwe smele zijn transparant: je kijkt er doorheen naar de planten erachter. Die kun je juist vooraan of midden in de border zetten, voor een gelaagd, dromerig effect. Dichte, hoge grassen als prachtriet passen beter achterin of als solitair. Lage grassen zoals blauw schapengras en Carex zijn geschikt als randbeplanting.

Voorbeeldcombinaties

  • Zonnige prairieborder: struisriet, zonnehoed, hemelsleutel en Verbena bonariensis.
  • Zilver en paars: vedergras Stipa tenuissima, lavendel, salie en kattenkruid.
  • Herfstvuur: vingergras 'Shenandoah', prachtriet, roze ooievaarsbek en herfstasters.
  • Schaduwhoek: Japans bergras, hosta, kerstroos en varens.

Hoe je een border opbouwt, met lagen, ritme en plantafstanden, lees je in onze blog border aanleggen met vaste planten. Een ruime keus aan combinatieplanten vind je bij de vaste planten, en grassen die ook bijen helpen staan in de gids planten voor bijen en vlinders.

Siergrassen planten: wanneer en hoe

Het beste plantmoment

Warmteminnende grassen zoals prachtriet en lampenpoetsersgras plant je bij voorkeur in het voorjaar, van april tot juni, als de grond is opgewarmd en ze direct gaan groeien. In de herfst geplant wortelen ze nauwelijks meer en kunnen ze in een natte winter wegrotten. Koeleseizoensgrassen zoals struisriet, ruwe smele en Festuca kun je zowel in het voorjaar als in het vroege najaar planten, in september en begin oktober.

Grondvoorbereiding

De meeste siergrassen willen een goed doorlatende bodem. Natte voeten in de winter zijn de grootste vijand, vooral voor lampenpoetsersgras en vedergras. Verbeter zware kleigrond met grof zand en compost. Op zandgrond is wat compost voldoende. Bemest siergrassen niet te zwaar: te veel stikstof geeft slap, hangend blad dat in de herfst omvalt.

Zo plant je een siergras

  1. Zet de pot een uur in een emmer water tot er geen luchtbellen meer opstijgen.
  2. Graaf een plantgat van twee keer de breedte van de kluit.
  3. Maak een vastgegroeide kluit wat los met je vingers.
  4. Zet het gras op dezelfde diepte als in de pot, niet dieper, om rot van het hart te voorkomen.
  5. Vul aan met grond, druk aan en geef ruim water.

Plantafstand

Siergrassen worden in een paar jaar flink breder dan de pot doet vermoeden. Houd voor grote soorten als prachtriet 80 tot 100 centimeter aan, voor middelgrote zoals lampenpoetsersgras en struisriet 50 tot 70 centimeter, en voor kleine grassen als Festuca en Carex 25 tot 35 centimeter. Wil je een massaal effect, zoals een golvend vlak van vedergras, plant dan dichter: vijf tot zeven planten per vierkante meter.

Siergrassen in pot

Veel siergrassen doen het goed in een pot op het terras of balkon. Geschikt zijn compacte soorten zoals lampenpoetsersgras 'Hameln', blauw schapengras, Carex, Japans bergras en lage prachtrietrassen. Kies een ruime pot met een gat in de bodem en een drainagelaag, want stilstaand water in de winter is fataal. Geef in de zomer regelmatig water, want een gras in pot droogt sneller uit dan in de volle grond. Een geschikte pot vind je bij de bloempotten, en goede grond en drainagekorrels bij potgrond en toebehoren. Meer tips staan in balkon en terras in pot en in de gids winterharde planten voor balkon en terras.

Siergrassen terugknippen in het voorjaar

De belangrijkste onderhoudsklus bij siergrassen is het terugknippen. En hier gaat het vaak mis: veel mensen knippen ze in de herfst af. Doe dat niet. Laat het oude blad en de pluimen de hele winter staan. Ze zijn mooi in de rijp, beschermen het hart van de plant tegen vocht en vorst en bieden onderdak aan insecten. Bij lampenpoetsersgras is herfstsnoei zelfs riskant: regenwater loopt in de afgeknipte, holle stengels en het hart kan wegrotten. Meer over wat je in de herfst laat staan lees je in tuin winterklaar maken.

Wanneer knip je siergrassen terug?

  • Koeleseizoensgrassen zoals struisriet en ruwe smele knip je vroeg, eind februari of begin maart, want ze lopen al vroeg uit.
  • Warmteminnende grassen zoals prachtriet, vingergras, pijpenstrootje en lampenpoetsersgras knip je in maart of begin april, net voordat de nieuwe scheuten verschijnen.
  • Groenblijvende grassen zoals Carex, Festuca en Luzula knip je niet terug. Kam in het voorjaar met je vingers of een hark het dode blad eruit.
  • Vedergras Stipa tenuissima knip je ook niet kort; trek in het voorjaar het oude blad eruit.

Hoe knip je terug?

Bind een grote pol eerst bijeen met een touw, net onder het punt waar je wilt knippen. Zo blijven de stengels bij elkaar en heb je in één beweging alles in je hand. Knip met een scherpe heggenschaar of snoeischaar tot ongeveer 10 tot 15 centimeter boven de grond. Ben je te laat en zijn de nieuwe scheuten al zichtbaar, knip dan voorzichtig boven het nieuwe groen; afgeknipte jonge bladpunten blijven het hele seizoen bruin. Draag handschoenen: het blad van veel grassen heeft scherpe randen.

Siergrassen delen en verjongen

Na vier tot zes jaar wordt het hart van veel siergrassen kaal of dood, terwijl de randen doorgroeien. Je ziet dan een ring van groen rond een lege kern. Dat is het moment om te delen. Delen verjongt de plant en levert je gratis nieuwe planten op.

Wanneer deel je?

Deel warmteminnende grassen in het voorjaar, op het moment dat de nieuwe groei net begint, in april of mei. Koeleseizoensgrassen kun je in het vroege voorjaar delen of in het vroege najaar, in september.

Zo deel je een siergras

  1. Knip de plant eerst terug als dat nog niet gedaan is.
  2. Steek met een scherpe spade rondom de pol en til hem uit de grond. Een oude, grote pol van prachtriet is zwaar; werk eventueel met z'n tweeën.
  3. Verdeel de pol met een spade, bijl of zaag in stukken van minstens een vuist groot, elk met gezonde wortels en scheuten.
  4. Gooi het dode hart weg.
  5. Plant de delen direct terug in losgemaakte grond met wat compost en geef goed water.

Kleinere grassen zoals Festuca en Carex kun je soms al met de hand of een mes uit elkaar halen. Deel ze om de drie tot vier jaar, want blauw schapengras verliest anders snel zijn compacte vorm en kleur.

Siergrassen als solitair, haag en wintersilhouet

Siergrassen hoeven niet altijd in de border. Een grote pol prachtriet of vingergras kan prima op zichzelf staan, als blikvanger in een grindvlak, aan het eind van een pad of in een grote pot bij de voordeur. Kies daarvoor een ras met een duidelijke vorm, zoals een rechtopgaand prachtriet of een fontein van lampenpoetsersgras, en geef het ruimte zodat het silhouet tot zijn recht komt. Het werkt vooral goed tegen een rustige achtergrond, zoals een donkere haag van taxus of een effen muur.

Hoge grassen zijn ook bruikbaar als zomerscherm. Een rij struisriet of hoog prachtriet vormt van juni tot de late winter een luchtige, halfdoorzichtige afscheiding, bijvoorbeeld tussen terras en moestuin. Houd er wel rekening mee dat het scherm na het terugknippen in maart een paar maanden verdwijnt. Wil je het hele jaar privacy, combineer grassen dan met groenblijvende struiken; ideeën vind je in de gids groenblijvende struiken.

In de winter laten siergrassen zien waarom je ze niet in de herfst moet afknippen. Bij lage zon lichten de pluimen op, na een vorstnacht zijn ze wit berijpt en in de sneeuw geven ze lijn aan een verder kale tuin. Zet ze daarom op een plek die je vanuit huis ziet, en combineer ze met planten die ook in de winter structuur houden, zoals de zaadhoofden van zonnehoed en hemelsleutel of de bessen van een Skimmia.

Veelgemaakte fouten met siergrassen

  • In de herfst terugknippen. Laat ze staan tot het voorjaar.
  • Te dicht planten. Grassen worden breder dan je denkt; houd ruimte aan.
  • Te veel mest. Grassen worden dan slap en vallen om.
  • Natte grond in de winter. Vooral lampenpoetsersgras en vedergras rotten weg; zorg voor goede drainage.
  • Te vroeg opgeven. Warmteminnende grassen lopen pas laat uit; een kale plek in april betekent niet dat de plant dood is.

Twijfel je welke grassen bij jouw tuin passen, gebruik dan de plantenkiezer of bekijk de gids onderhoudsvriendelijke tuinplanten.

Veelgestelde vragen

Wanneer moet je siergrassen terugknippen?

Knip siergrassen terug in het vroege voorjaar, niet in de herfst. Koeleseizoensgrassen zoals struisriet doe je eind februari of begin maart, warmteminnende grassen zoals prachtriet en lampenpoetsersgras in maart of begin april. Groenblijvende grassen knip je niet terug, maar kam je uit.

Welke siergrassen blijven groen in de winter?

Zeggen (Carex), blauw schapengras (Festuca glauca) en veldbies (Luzula) houden hun blad in de winter. De meeste grote siergrassen verkleuren naar stro of brons, maar blijven wel staan en zijn daardoor ook in de winter decoratief.

Welke siergrassen woekeren niet?

Horstvormende grassen zoals Miscanthus sinensis, Pennisetum, Calamagrostis, Molinia, Panicum en Hakonechloa groeien in een pol en woekeren niet. Rietgras, zandhaver en Miscanthus sacchariflorus vormen wel uitlopers.

Kun je siergrassen in de herfst planten?

Koeleseizoensgrassen zoals struisriet en Festuca wel, in september en begin oktober. Warmteminnende grassen zoals prachtriet en lampenpoetsersgras plant je beter in het voorjaar, zodat ze goed kunnen wortelen voordat de winter komt.

Waarom is mijn siergras in het midden kaal?

Een kaal of dood hart is een teken van ouderdom. Het gras groeit aan de randen door terwijl het midden afsterft. Deel de pol in het voorjaar en plant alleen de jonge, vitale buitendelen terug.

Welke siergrassen zijn geschikt voor schaduw?

Japans bergras (Hakonechloa), zeggen (Carex), veldbies (Luzula) en ruwe smele (Deschampsia) doen het goed in halfschaduw. Voor diepe schaduw zijn Carex en Luzula de beste keuze.

Plantgidsen bij dit artikel

Bekijk het assortiment

Uit het assortiment

Gidsen bij dit onderwerp

Alle gidsen →