Plantgezondheid · 13 min lezen ·
Schimmelziektes in de tuin herkennen en aanpakken zonder gif
Witte waas, zwarte vlekken of oranje puistjes? Zo herken je schimmelziektes in de tuin zoals meeldauw, sterroetdauw, roest en grauwe schimmel, en pak je ze aan zonder gif.
Foto: M0tty · CC BY-SA 4.0 · via Wikimedia CommonsEen witte waas op de rozen, zwarte vlekken op het blad, oranje puistjes onder de stokroos of grijs pluis op de aardbeien: vroeg of laat krijgt elke tuin te maken met schimmelziektes. Dat is geen reden tot paniek. Schimmels horen bij een levende tuin, en de meeste schimmelziektes in de tuin zijn goed onder controle te houden zonder één druppel bestrijdingsmiddel. De sleutel is herkennen wat je ziet, begrijpen waarom het juist daar opduikt en de omstandigheden zo aanpassen dat de schimmel geen kans krijgt. In dit artikel bespreken we de vier bekendste boosdoeners: meeldauw, sterroetdauw, roest en grauwe schimmel. Je leest hoe je ze herkent, wat je er zonder gif tegen doet en welke planten en rassen er van nature weinig last van hebben.
Waarom schimmelziektes in de tuin ontstaan
Schimmelsporen zweven altijd rond. Ze komen mee met de wind, met regendruppels en via gereedschap, en ze overwinteren op gevallen blad, in de grond en op takken. Of een plant ziek wordt, hangt af van drie dingen die samen moeten komen: een vatbare plant, een schimmel die aanwezig is, en het juiste weer. Haal je één van die drie weg, dan blijft de ziekte uit of blijft ze beperkt.
Het weer kun je niet sturen, maar de rest wel. Planten die op een verkeerde plek staan, te dicht op elkaar groeien, te veel stikstof krijgen of verzwakt zijn door droogte, worden veel sneller ziek. Een sterke plant op de juiste plek kan een flinke infectiedruk aan. Daarom begint elke aanpak zonder gif bij de vraag: staat deze plant hier eigenlijk wel goed? Wie bij het inrichten al rekening houdt met zon, schaduw en bodem, voorkomt veel ellende. In ons artikel over een border aanleggen met vaste planten lees je hoe je dat aanpakt.
Echte meeldauw: de witte waas
Zo herken je meeldauw
Echte meeldauw is de bekendste schimmelziekte in de tuin. Je herkent hem aan een wit tot grijswit, poederachtig laagje op de bovenkant van het blad, dat je er met een vinger deels af kunt vegen. Het begint met losse vlekjes die snel samenvloeien. Later kan het blad krullen, bruin worden en afvallen. Ook jonge scheuten, knoppen en vruchten kunnen bedekt raken.
Meeldauw komt veel voor op rozen, flox, monarda, asters, hortensia's, courgettes en pompoenen, eiken en de appelboom. Bij de laurierkers zie je het vooral op het jonge, zachte blad na de snoei. Elke plantengroep heeft overigens zijn eigen meeldauwsoort: de meeldauw van je courgette springt niet over op je rozen.
Wanneer meeldauw toeslaat
Anders dan veel andere schimmels houdt echte meeldauw niet van natte bladeren. Hij gedijt juist bij warme, droge dagen met koele, vochtige nachten, zoals in de nazomer. Planten die droog staan, zijn extra vatbaar. Dat verklaart waarom meeldauw zo vaak opduikt bij planten tegen een warme muur, onder een overstek of in een pot die te weinig water krijgt. Ook stilstaande lucht in een dichtbegroeide hoek helpt de schimmel.
Valse meeldauw is iets anders
Verwar echte meeldauw niet met valse meeldauw. Die geeft gele of bruine vlekken op de bovenkant van het blad en een grijsviolet, donzig pluis aan de onderkant. Valse meeldauw houdt juist van nat, koel weer en komt veel voor bij sla, uien, viooltjes en druiven. De aanpak verschilt dus: tegen echte meeldauw help je de plant met voldoende water aan de wortels, tegen valse meeldauw zorg je dat het blad zo snel mogelijk opdroogt.
Meeldauw aanpakken zonder gif
- Knip aangetaste bladeren en scheuten weg zodra je ze ziet en gooi ze bij het restafval.
- Geef in droge perioden regelmatig en ruim water aan de voet van de plant, bij voorkeur 's ochtends.
- Zorg voor luchtcirculatie: dun dichte struiken uit en geef vaste planten wat meer ruimte.
- Bemest niet te stikstofrijk: zacht, snelgroeiend blad is extra vatbaar.
- Bij courgettes en pompoenen kun je de laatste weken van het seizoen gewoon laten gaan; de oogst is dan meestal al grotendeels binnen.
Een veelgenoemd huismiddel is spuiten met een mengsel van melk en water (ongeveer één deel melk op negen delen water). In proeven bij komkommerachtigen remde dat de ontwikkeling van meeldauw, vooral als je preventief en herhaald spuit. Het is geen wondermiddel, maar bij een beginnende aantasting kan het helpen. Test het eerst op een paar bladeren.
Sterroetdauw: zwarte vlekken op rozen
Herkennen
Sterroetdauw is de schimmelziekte waar rozenliefhebbers het meest over klagen. Op het blad verschijnen ronde, paarszwarte vlekken met een rafelige, stervormige rand. Het blad rond de vlekken kleurt geel en valt af. In een slecht jaar kan een roos halverwege de zomer bijna kaal staan. De plant gaat er meestal niet direct dood aan, maar wordt wel flink verzwakt, bloeit minder en is gevoeliger voor vorst.
Hoe sterroetdauw zich verspreidt
De schimmel overwintert op gevallen blad en op aangetaste takken. In het voorjaar spatten de sporen bij regen of bij het water geven omhoog op het nieuwe blad. Daar hebben ze een paar uur een nat blad nodig om te kiemen. Warme, natte zomers zijn dan ook topjaren voor sterroetdauw. Rozen die dicht op elkaar staan, in de schaduw groeien of 's avonds met de sproeier worden besproeid, zijn het kwetsbaarst.
De aanpak
- Ruim in de herfst en het voorjaar al het gevallen rozenblad op en gooi het niet op de composthoop. Daarmee haal je een groot deel van de infectiebron weg. Hoe je dat combineert met de rest van het najaarswerk, lees je in tuin winterklaar maken.
- Leg een laag mulch onder de rozen, bijvoorbeeld compost of fijne houtsnippers. Die voorkomt dat sporen uit de grond op het blad spatten.
- Geef water aan de voet, nooit over het blad, en bij voorkeur 's ochtends.
- Pluk aangetaste bladeren in het begin van de zomer meteen weg. Later in het seizoen is dat bij een zware aantasting niet meer bij te houden; richt je dan op opruimen in de herfst.
- Snoei open. Een roos met een luchtig hart droogt na een bui sneller op. Bij de voorjaarssnoei haal je ook takken met donkere, aangetaste plekken weg. Alles over de juiste techniek staat in rozen snoeien.
Roest: oranje puistjes onder het blad
Herkennen
Roest dankt zijn naam aan de oranje, roestbruine of gele puistjes die vooral aan de onderkant van het blad verschijnen. Aan de bovenkant zie je meestal gele vlekjes. Wrijf je over de puistjes, dan blijft er een oranje poeder op je vinger achter: dat zijn de sporen. Later in het seizoen worden de puistjes vaak donkerbruin tot zwart; daarmee overwintert de schimmel.
Roest komt onder meer voor op rozen, stokrozen, hertshooi, pelargoniums, prei, bonen en de perenboom. Er bestaan honderden roestsoorten, en veel daarvan zijn heel specifiek in hun waardplant.
Perenroest en jeneverbes
Een bijzonder geval is perenroest. Deze schimmel heeft twee waardplanten nodig: de peer en bepaalde soorten jeneverbes, zoals de Juniperus sabina. Op de peer zie je in de zomer opvallende oranje vlekken op het blad, met aan de onderkant kleine wratachtige uitstulpingen. Op de jeneverbes vormt de schimmel in het voorjaar oranje, geleiachtige uitstulpingen aan de takken. Staat er in de buurt een vatbare jeneverbes, dan blijft perenroest elk jaar terugkomen. Daarom wordt vaak geadviseerd om in tuinen met een perenboom geen vatbare jeneverbessoorten te planten. Wie een jeneverbes als bonsai houdt, doet er goed aan die in het voorjaar te controleren op oranje uitstulpingen. Een perenboom gaat zelden dood aan perenroest, maar een zware aantasting jaar op jaar kost wel groeikracht.
Roest aanpakken
- Verwijder aangetaste bladeren zodra je de eerste puistjes ziet.
- Ruim gevallen blad op en voer het af via het restafval of de gemeentelijke groenbak.
- Geef water aan de voet en zorg voor voldoende ruimte tussen planten.
- Haal bij stokrozen na de bloei de bladeren laag bij de grond weg; daar begint de aantasting meestal.
- Kies voor resistente rassen, zeker bij prei en bonen in de moestuin.
Grauwe schimmel: grijs pluis op bloemen en vruchten
Herkennen
Grauwe schimmel, ook wel Botrytis genoemd, is een van de meest algemene schimmels in tuin en kas. Je herkent hem aan een grijs, donzig, stoffig pluis op bloemen, knoppen, vruchten en stengels. Daaronder wordt het weefsel bruin en zacht. Tik je tegen een aangetast deel, dan stuift er een grijze wolk sporen af. Bekende slachtoffers zijn aardbeien, frambozen, druiven, tomaten in de kas, pelargoniums en veel snijbloemen.
Bij de pioenroos zie je een verwante soort: de knoppen worden bruin, verschrompelen en gaan niet open, en jonge stengels knakken bij de voet om. Bij de tulp heet een vergelijkbare Botrytis-soort tulpenvuur. Die geeft vervormde, gevlekte bladeren en bloemen die eruitzien alsof ze verschroeid zijn. Plant tulpen daarom niet jaar na jaar op dezelfde plek, en gooi bollen met donkere vlekken of korstjes weg voordat je ze de grond in stopt. Meer tips over gezonde bollen lees je in bloembollen planten.
Wanneer grauwe schimmel toeslaat
Grauwe schimmel houdt van koel, vochtig weer en van weefsel dat al een beetje verzwakt of beschadigd is: uitgebloeide bloemen, gekneusde vruchten, snijwonden en afgestorven blad. In het voorjaar en de herfst, en in een slecht geventileerde kas, kan het hard gaan.
Aanpak zonder gif
- Haal uitgebloeide bloemen en rottende vruchten direct weg.
- Leg stro onder aardbeien, zodat de vruchten niet op natte grond liggen.
- Zorg in de kas voor flinke ventilatie, ook bij koel weer.
- Snoei bij droog weer, zodat wonden snel indrogen.
- Knip bij pioenrozen in de herfst al het blad tot net boven de grond af en voer het af.
Andere schimmelziektes die je in de tuin tegenkomt
Naast de grote vier zijn er een paar schimmelziektes die tuinliefhebbers vaak tegenkomen. Schurft geeft olijfgroene tot bruine vlekken op het blad en kurkachtige, gebarsten plekken op appels en peren. Ook hier helpt het opruimen van gevallen blad, en een resistent ras maakt het verschil. Lees daarover meer in fruitbomen in een kleine tuin.
Hagelschotziekte zie je vooral bij de laurierkers en bij steenvruchten zoals pruim en kers: eerst bruine vlekjes, waarna het weefsel uitvalt en het blad eruitziet alsof erop geschoten is. Bij laurierkers ontstaat dit vaak na een natte periode, op schaduwrijke plekken of na het snoeien met een heggenschaar. Wie een haag gaat aanleggen, kan het beste een soort kiezen die bij de plek past; onze gids groenblijvende haag kopen helpt daarbij.
De verwelkingsziekte bij clematis is een andere klassieker. Een gezonde scheut van een grootbloemige clematis verwelkt van de ene op de andere dag. Knip de aangetaste scheuten tot in gezond hout terug. Omdat clematissen die dieper geplant zijn vanuit de basis weer kunnen uitlopen, wordt aangeraden ze zo'n vijf tot tien centimeter dieper te planten dan ze in de pot stonden. De kleinbloemige soorten zijn veel minder vatbaar.
Bij buxus zorgde de schimmel Cylindrocladium, samen met de buxusmot, ervoor dat veel hagen en bollen sneuvelden. Veel tuiniers kozen daarom voor alternatieven als de Japanse hulst of de taxus.
Algemene preventie: de tuin weerbaar maken
De beste bescherming tegen schimmelziektes zit niet in een spuitbus, maar in het geheel van de tuin. Deze basisregels werken tegen vrijwel alle schimmels.
De juiste plant op de juiste plek
Een zonaanbidder in de schaduw blijft zwak en vochtig, een schaduwplant in de zon verdroogt en raakt gestrest. Beide worden sneller ziek. Kijk bij het kiezen goed naar de standplaats. Voor de zonnige, droge hoek vind je geschikte soorten in de gids planten voor zon en droogte, voor de koelere plekken in planten voor de schaduw.
Ruimte en lucht
Plant niet te dicht. Het is verleidelijk om een border meteen vol te zetten, maar planten die tegen elkaar aan groeien, drogen na een regenbui slecht op. Houd bij het planten rekening met de uiteindelijke breedte, en dun overvolle vaste planten om de paar jaar uit door ze te scheuren.
Slim water geven
Geef water aan de voet van de plant in plaats van over het blad, en doe dat bij voorkeur 's ochtends. Dan droogt eventueel nat blad overdag op. Een sproeier die 's avonds over de border zwiept, is een uitnodiging voor schimmels. Een druppelslang of een gieter met lange tuit werkt veel beter.
Gezonde bodem, matig bemesten
Een levende bodem met veel organische stof levert planten wat ze nodig hebben en bevat bovendien micro-organismen die ziekteverwekkers in toom houden. Voeg jaarlijks compost toe en wees zuinig met snelwerkende kunstmest. Te veel stikstof geeft lang, zacht blad dat schimmels met open armen ontvangen.
Hygiëne
Ruim aangetast blad en zieke plantendelen op en gooi ze bij het restafval in plaats van op de eigen composthoop, die thuis meestal niet warm genoeg wordt om alle sporen te doden. Maak je snoeischaar schoon met alcohol als je van een zieke naar een gezonde plant gaat. Gezond blad dat in de herfst onder struiken valt, mag je juist laten liggen: dat voedt het bodemleven.
Resistente soorten en rassen: de slimste keuze
Wie geen zin heeft in eindeloos plukken en opruimen, kiest planten die van nature weinig last hebben van schimmelziektes. Dat scheelt enorm veel werk.
Rozen met het ADR-keurmerk
Bij rozen is het Duitse ADR-keurmerk (Allgemeine Deutsche Rosenneuheitenprüfung) een betrouwbare leidraad. Rozen met dit label zijn jarenlang op verschillende locaties getest zonder bestrijdingsmiddelen, met speciale aandacht voor bladgezondheid en weerstand tegen sterroetdauw en meeldauw. Ook veel moderne bodembedekkende rozen en botanische rozen zijn opvallend gezond.
Vaste planten die zelden ziek worden
Veel vaste planten hebben weinig last van schimmels, zeker op een plek die past. Denk aan ooievaarsbek, hemelsleutel, zonnehoed, salie en kerstroos. Siergrassen zoals struisriet en prachtriet zijn vrijwel ongevoelig. Bij flox en asters loont het om specifiek naar meeldauwresistente rassen te vragen. Een brede keuze vind je bij de vaste planten en de siergrassen.
Fruit en groente
Bij appels zijn er schurftresistente rassen, en bij courgette, komkommer, tomaat en prei bestaan rassen met verhoogde weerstand tegen meeldauw, phytophthora of roest. Let bij het kopen van zaden en planten op de omschrijving. Wil je een moestuin opzetten, lees dan ook moestuin beginnen, en kijk voor jonge planten bij de categorie moestuin.
Struiken met een sterke gezondheid
Onder de heesters zijn er veel soorten die zelden problemen geven, zoals de krentenboom, de sneeuwbal en de skimmia op een beschaduwde plek. Zoek je meer inspiratie, kijk dan bij struiken en heesters of in onze gids onderhoudsvriendelijke tuinplanten.
Moet je ooit wel spuiten?
In een siertuin is chemische bestrijding van schimmelziektes zelden nodig, en het aanbod aan middelen voor particulieren is in Nederland en België bovendien sterk beperkt. Een plant die elk jaar opnieuw zwaar ziek wordt, staat meestal gewoon niet op zijn plek of is een vatbaar ras. Dan is verplaatsen of vervangen de duurzaamste oplossing. Een tuin met veel verschillende planten heeft bovendien zelden overal tegelijk problemen, en biedt plek aan insecten en vogels die het ecosysteem in balans houden. Meer daarover lees je in ons artikel over een tuin voor bijen en vlinders.
Veelgestelde vragen
Mag blad met schimmel op de composthoop?
Liever niet. Een gewone composthoop in de tuin wordt zelden heet genoeg om schimmelsporen te doden. Gooi zwaar aangetast blad daarom bij het restafval of in de gemeentelijke groenbak, waar het industrieel en op hogere temperatuur wordt gecomposteerd.
Is meeldauw schadelijk voor mens of dier?
Nee, meeldauw is een plantenziekte en niet gevaarlijk voor mensen of huisdieren. Aangetaste courgettes of appels kun je gewoon eten, al zijn ze soms minder smakelijk of minder lang houdbaar.
Wat helpt tegen zwarte vlekken op rozen?
Zwarte vlekken met een stervormige rand zijn sterroetdauw. Pluk aangetast blad weg, ruim gevallen blad op, geef water aan de voet en leg mulch onder de rozen. Op de lange termijn helpt een gezond ras met ADR-keurmerk het meest.
Komt een schimmelziekte elk jaar terug?
Vaak wel, omdat de sporen overwinteren op blad, takken en in de grond. Hoe meer je opruimt en hoe beter de groeiomstandigheden, hoe kleiner de kans. Weersomstandigheden spelen ook mee: na een droog voorjaar is er minder sterroetdauw, na een warme nazomer meer meeldauw.
Wanneer kan ik het beste aangetaste planten snoeien?
Verwijder zieke bladeren en scheuten zodra je ze ziet, liefst op een droge dag. Grotere snoeiwerkzaamheden doe je op het moment dat bij de plant past. Maak je gereedschap tussendoor schoon, zodat je de schimmel niet verspreidt.
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto:
Foto: 



Foto: